vrijdag 15 juni 2012

In Between Posts

Tja. Soms zit er ineens een maand tussen en het ene en het andere bericht dat je stuurt, en soms kunnen de berichten ook elke dag langskomen. Het eerste is nu het geval, het tweede is ook wel eens gebeurd. En ik dacht dat maar eens te verklaren. Zoals jullie weten ben ik al een paar jaar een invaller bij de basisscholen in het noorden van ons landje. Daarbij zijn dit jaar weer een viertal nieuwe schoolverenigingen gekomen. Bij de ene vereniging heb ik me aangemeld, alle andere drie hebben mij via via gevraagd. Zo ook de school waar ik nu drie dagen in de week werk in Meppel. Via een oud-klasgenoot, die mij via Facebook benaderde voor een invalklus bij haar op school, ben ik de vereniging ingerold, alwaar ik ook een sollicitatie bij een andere school had lopen binnen die vereniging. Alhoewel de sollicitatie vervelend genoeg op niets uitliep, ben ik toch enkele dagen op de school in Hoogeveen geweest om daar dagen in te vallen. Totdat ik, op een vrijdag eind mei, gebeld werd door de school in Meppel, die mij aanbood om per direct een groep 4/5 over te nemen. Dat is voor mij natuurlijk altijd mooier dan dagen 'los' van elkaar op verschillende scholen te werken. Zogezegd, zo gedaan. Nu mag ik dus de woensdagen, donderdagen en vrijdagen daar werken. De maandagen en dinsdagen blijf ik als invaller aan de slag op andere scholen die mijn hulp vragen. Zoals in Rottevalle, Leek of Zuidhorn, waar ik de afgelopen weken ook gewerkt heb. Dat betekent dus dat ik nu vijf dagen in de week vol aan de bak ben en dus wening tijd over heb om te schrijven. Daarnaast met Roland Garros, de Dauphine Libere, de Ronde van Zwitserland en ook nog eens het Europees Kampioenschap voetbal... Je begrijpt dat er genoeg te doen is. Ook de Olympische spelen, Wimbledon en de Tour de France zullen nog wel wat aandacht van mij vragen. Tevens zijn er nog vijf schoolweken te gaan tot de zomervakantie hier in het noorden aanvangt. Het enige wat ik kan zeggen is: Heb geduld. En ja, nog steeds ben ik aan het zoeken naar een mooie reis die mij naar China brengt. Maar dat zal ook pas in augustus zijn.

vrijdag 18 mei 2012

Een idee; doe jij mee?

Misschien herken je het wel: je hebt eens een keer een dvd gekocht met het idee 'die moet ik echt zien!' en nadat je deze bekeken hebt, heb je de film in een la of kast gezet en daar ligt het nu nog steeds. Het vergaart stof en in wezen doe je er niets meer mee.

Herken je dit? Voor mij geldt hetzelfde. Ik heb ook wel enkele dvd's liggen die eigenlijk maar eenmaal bekeken zijn. Mooie films, dat zeker, maar of je deze nog een tweede keer hoeft te zien is maar de vraag. En nu liggen ze maar, ruimte innemend zodat er geen nieuwe dvd's meer tussen passen.

Ik heb misschien een oplossing! Dat is het mooie en goede nieuws. Toch heb ik daarbij ook jouw hulp nodig! Dus: lees even door en als het je wat lijkt kan je contact met me opnemen.

Het idee:
Een ruilavond voor dvd's. Iedereen neemt vijf films mee die hij of zij weg wil doen en gaat naar huis met vijf andere films die iemand anders wel wil ruilen. Simpel toch?

Dat dacht ik dus ook. Op dit moment is het echter nog maar een idee, maar als er mensen mee willen doen - laten we zeggen een man of vijf - dan kan dit ook gewoon werkelijkheid worden. Dan spreken we af en gaan we gewoon ruilen.

Hoe dat er uit ziet? Nou, ook al zo simpel: Iedereen krijgt even de tijd om iets over de film te zeggen. Je mag het ongegeneerd aanprijzen en als iedereen zijn of haar zegje heeft gedaan gaan we ruilen. En mochten twee personen dezelfde film willen hebben, dan kan je achteraf toch deze nogmaals gaan ruilen? Ruzies zullen er niet komen.

Dit alles onder het genot van een drankje en aan het eind van de avond ga jij weer naar huis met vijf 'nieuwe' films. Simpeler kunnen we het niet maken.

- - -

Lijkt dit iets? Heb je er zin in? Laat het weten. Als er genoeg mensen mee willen doen, zal ik een avond organiseren. Ik hoor van je!

maandag 30 april 2012

Dromenland

Laatst las ik ergens dat de gemiddelde persoon er zeven minuten over doet om in slaap te vallen. Een wereldwijde studie had dat uitgewezen, met deelnemers uit allerlei landen van over de gehele wereld. Dus niet enkel de westerse landen, maar ook derde-wereldlanden en landen die verwesteren hadden meegedaan aan het onderzoek.
Zeven minuten dus maar. Of wel zeven hele minuten, dat ligt er natuurlijk aan in welke categorie jij valt. Zeven minuten schapen tellen en wachten totdat het lichtje uitgaat, de gordijntjes dichtgaan en Klaas Vaak op bezoek komt. Wachtend op het zandmannetje of die wolk die je meeneemt naar dromenland.

Ik ben benieuwd hoe ze dit uitgezocht hebben. Moesten de geteste proefkonijnen elke minuut een tikje geven als ze nog wakker waren? Of keken ze met een EEG naar de activiteit in je hersenen? En, mocht het laatste zo zijn, hoe zit dat dan met de mensen die - net als ik - moeilijk stil kunnen blijven liggen in bed? Ik zou al die draadjes en stickers allang als storend ervaren en daarmee minder snel kunnen slapen.

Mijn broertje lijkt al te slapen op het moment dat hij zijn hoofd op zijn kussen legt. Daarna kan het onweren en kan je zijn kamer rustig binnenlopen zonder dat hij echt wakker wordt. Hij is een vaste slaper. Dat is nogal een verschil met mij. Mijn zusje die doet nog gekkere dingen in haar slaap. Ik zal daar maar niet op in gaan, ik vermoed dat ze dat namelijk niet erg leuk zal vinden.

Ik ben zelf een hele lichte slaper. Ik word afgeleid door verschillende lichten, geluiden en al het andere wat mij storen kan. Een auto die langs rijdt maakt lawaai evenals dat zijn lichten schijnbaar gemikt zijn op mijn slaapkamerraam. Iemand die wat laat thuiskomt en de deur open doet... het houdt mij wakker. Ook die verschrikkelijke mafkees die maandagnacht de container bij de weg zet. Heeft hij/zij niet door dat de hele buurt het horen kan? Als je het om elf uur 's avonds doet kan het net zo goed. Dan heb ik er in ieder geval minder last van. Om half twee 's nachts schrik ik wakker.

Binnen zeven minuten slapen. Het lijkt mij geweldig om dat te kunnen. Zelf ga ik meestal in bed liggen en denk onbewust aan alles wat ik die dag gedaan had, waardoor mijn hersenen nog niet in de slaap-modus komen. Daarna komt de dag van morgen die ook alvast de revue passeert en daarna alle andere dingen die er in mijn gedachten opkomen. En dan slaap ik dus nog steeds niet.
En elk geluid wat ik tussendoor hoor trekt mijn aandacht weg. Ik wil weten waar het vandaan komt en wie het geluid maakt. Soms sta ik zelfs op uit bed om even door de gordijnen te kijken. Als ik daarna weer ga liggen begint het nadenken geheel overnieuw. En dan duurt het in slaap vallen nog langer.

Was er maar een manier waardoor je ineens in slaap kon vallen. Dat je ook 's ochtends fatsoenlijk uitgeslapen wakker wordt en gewoon aan de slag kan gaan. Dat zou pas een uitvinding zijn. En mocht daar onderzoek naar worden gedaan: laat het mij weten. Wie weet slaap ik dan wat beter.

dinsdag 17 april 2012

Het geschreven woord

In de afgelopen weken ben ik meer en meer gaan lezen. Soms meerdere boeken tegelijkertijd, in twee talen, van schrijvers van verschillende nationaliteiten. En gek genoeg verveelt het geen moment!

Oké, ik geef toe dat een hoofdstukje hier, een tiental bladzijden daar wel eens wat vervelend kunnen zijn, maar dan denk ik maar terug aan de tijd dat ik JRR Tolkien las: zijn boeken waren meesterwerken, mits je maar door de ongelofelijke grote hoeveelheden details kon lezen. (Hetgeen hij alsnog briljant beschreef)

Nu beken ik eerlijk dat ik - toen ik kleiner was en nog op de basisschool zat - ten minste eenmaal per week naar de bibliotheek ging om daar een stapel boeken te lenen, die thuis te lezen en weer te retourneren voor nieuwe boeken. Ik las tenminste vier boeken in een week, waaronder een informatie-, een strip- en leesboeken. Evenzo ook op vakantie: boeken gingen mee.

Toen las ik in bed voor het slapen. Ik deed mijn licht aan, pakte het boek en werd meegezogen in het verhaal totdat, op een gegeven moment, mijn ogen dichtvielen van moeheid. Snel een bladwijzer in het boek, een blik op de klok (half drie al?) en dan snel slapen.
Tegenwoordig lees ik vooral overdag. Ik neem een leesboek mee naar de school waar ik werk (tijdens stillezen lees ik ook) op de tafel in de woonkamer ligt een boek en naast mijn bed nog enkele anderen. 's Avonds in bed lezen zit er bij mij niet meer zoveel in.

Boeken in het Engels hebben voor mij een extra dimensie: ik vertaal de verhalen in mijn hoofd waardoor ik ook nog eens extra bezig ben. Erg leuk. In het Engels lees ik wel voornamelijk leesboeken: informatieboeken worden me iets te lastig.

In de afgelopen drie week heb ik dan ook acht boeken uitgelezen: de drie boeken van 'The Hunger Games' (waar je echt zo doorheen schiet) 'We Bought a Zoo' (een waargebeurd verhaal) twee boeken van 'De Grijze Jager' (geleend van familie) 'Diary of a Whimpy Kid' (ik wilde wel eens weten waarom ik die overal in de klassen tegen kom) en 'En dan nog iets'. En dan heb ik nog een stapeltje liggen.

Tevens ben ik nog bezig in enkele klassieke boeken (The Idiot - Dostoyevsky / Sherlock Holmes - Arthur Conan Doyle / Complete Works of Shakespeare / War and Peace - Tolstoi / the Art of War - Sun Tzu / etc.)
Deze boeken zijn echter ietwat lastiger, maar desalniettemin wel leuk om te lezen. Alleen niet teveel achter elkaar aan.

Laatst zag ik een lijst van 100 boeken die je gelezen zou moeten hebben. Nee, ik heb ze niet alle honderd gelezen, evenmin ga ik de gehele lijst lezen. Het schokte me enkel dat enkele boeken waarvan ik dacht dat ze er op zouden staan missen en andere boeken juist wel op de lijst staan... Ach, zeuren mag altijd, nietwaar?
Waarom bijvoorbeeld wel JK Rowling en geen JRR Tolkien?

Ik zal - in fotovorm - de boeken laten langskomen die ik lees. Lang leve Instagram.

En: mocht jij nog een leuk boek zoeken: Geef maar een gil!

dinsdag 27 maart 2012

Griekse Mythologie - Odysseus


Als voorlopig laatste Griekse mythe die ik doorgeef, is het verhaal van de thuiskomst van Odysseus een meer dan geschikt toetje. Geschreven door één der grootsten der mytheschrijvers - Homerus - is het een groot avonturenepos dat in zijn geheel al wel een zestal blogs kan vullen. Vandaar dat ik slechts gedeelten uitschrijf.
Homerus schreef, voordat hij Odysseus schreef, de Ilias, het werk over de Trojaanse oorlog. Odysseus was één van de Grieken die Troje aanviel en - zoals velen - had grote moeite om weer naar huis te komen.
In mijn versie ga ik soms heel snel langs de ene gebeurtenis om langer stil te kunnen staan bij een ander. Zo komt het verhaal van Penelope (zijn vrouw) erg summier aan bod, terwijl Polyphemus juist wel een deel van het verhaal vult. Lees en leef mee met Odysseus:

Homerus
'Odysseus'

Op het eiland Ithaca, het thuis van Odysseus' vrouw Penelope en kind Telemachus, wordt in spanning gewacht op de terugkomst van Odysseus. Toch, in de tien jaar na de veldslag, is er nog geen bericht over de koning geweest en langzamerhand beginnen mannen bijeen te komen om de hand van Penelope te vragen. Zij houdt ze echter allemaal aan het lijntje.

Ondertussen is de terugreis van Odysseus begonnen. Aan boord van een schip komen ze langs het land van de Ciconen, een bondgenoot van de Trojanen, en Odysseus besluit hen aan te vallen. Deze aanval is niet zijn beste idee, want hij weet ternauwernood te ontsnappen, maar weet wel een twaalftal kruiken bedwelmende wijn te stelen van de hogepriester Appolo Maro. Een wijze les, die we hedendaags nog steeds gebruiken, leren we uit dit verhaal: Val pas aan als je weet dat je kan winnen.

Na het eiland van de Ciconen komen Odysseus en zijn mannen bij het eiland der Lotuseters. De lokale bevolking is stoned als een garnaal van de plant lotus. Nadat Odysseus een drietal mannen op verkenning stuurt en ze niet terugkomen, neemt hij zelf polshoogte. Hij vind de drie mannen, neemt ze mee naar het schip en laat ze 'cold turkey' afkicken, vastgebonden aan de mast van het schip.

Vervolgens komen Odysseus en zijn mannen langs een eiland waar veel schapen grazen. Ze besluiten op verkenning te gaan en vinden een grot met manshoge meubels. Terwijl ze alles bekijken horen ze dat de schapen de grot inkomen. Tevens rolt er een steen voor de grot en horen ze een stem: 'Wie durft mijn huis te betreden? Zijn jullie piraten?'
Odysseus antwoord: 'Ik ben niemand!' Tegelijkertijd beginnen zijn ogen te wennen aan het donker en schrikt hij. Hij ziet een enorme cycloop, een mensachtig monster met één oog, voor zich.
'En wie mag jij dan wel zijn?' roept hij naar de Cycloop.
'Ik mag jou wel,' antwoord de cycloop, 'Ik ben Polyphemus. En omdat ik jou zo mag, zal ik jouw als laatst opeten!' (hier vermoed ik dat een boosaardige lach heeft geklonken) Hij pakt twee van de mannen van Odysseus op, knalt de hoofden tegen elkaar aan en eet ze beiden op.
De volgende ochtend voltrekt hetzelfde zich weer: Polyphemus pakt twee mannen op, knalt de hoofden tegen elkaar aan en eet ze op. Hij rolt de steen voor de opening weg, laat de schapen uit de grot, rolt de steen terug en laat Odysseus in het donker zitten.

Odysseus kijkt rond en ziet een stuk hout liggen. De hele dag is hij bezig met het hout, een manier vindend om te ontsnappen. Hij slijpt er een punt aan die scherp genoeg is om er een oog mee door te prikken.
Die avond komt de eenogige Polyphemus weer de grot in. Hij eet, volgens het bekende recept, weer twee van Odysseus' mannen op, maar daarna gaat Odysseus naar hem toe.
'Wil je een beetje wijn,' vraagt hij, de wijn van de Ciconen aanbiedend. Polyphemus heeft daar wel zin in en drinkt de twaalf kruiken leeg. Terwijl Odysseus ziet hoe de cycloop dronken wordt en vervolgens knock out gaat, verhitten hij en zijn mannen de spies en steken die met vier man in het ene oog van de cycloop.

Polyphemus is woedend. Hij schreeuwt het uit en loopt, schoorvoetend en tastend, de grot uit, maar rolt wel weer de steen voor de opening. Zijn twee broers, ook op het eiland, vragen hem wie het gedaan heeft, waarop hij antwoord: 'Niemand heeft het gedaan! Niemand!'
Odysseus zit niet stil. Hij bindt de schapen per drie bij elkaar en gebiedt zijn mannen, zodra de steen wordt weggerold, onder de schapen te hangen. Polyphemus betast nu namelijk al zijn schapen om ervoor te zorgen dat geen van de mannen kan ontsnappen. Hij vergeet echter de onderkant te betasten en zo ontsnappen Odysseus en zijn mannen.
Eenmaal op het schip roept Odysseus nog eenmaal een belediging naar Polyphemus. Hij vertelt ook zijn naam (niet slim, aangezien cyclopen kinderen van Poseidon zijn, de God van de zee) en kan de steen die de cycloop gooit nog net ontwijken. Daarna gaan ze verder.

Ze reizen langs het eiland van Aeolus, waar ze een maand verblijven (en avonturen beleven) via het eiland van de Lastrygonen en ook langs het eiland van de heks Circe, die - na een lang verhaal - verliefd op hem wordt en hem een jaar daar houdt. Zij vertelt hem dat als hij de route wil weten, hij op zoek moet gaan naar Teiresias, een waarzegger (die ook in het verhaal van Oedipus een rol speelt) Hij is echter wel dood, dus moet hij in de onderwereld op zoek gaan. En dat doet hij.

Nadat hij de route heeft gehoord, vertrekken ze weer. Ze komen langs het eiland van de Sirenen. Hij gebiedt al zijn mannen om was in hun oren te doen, maar zelf wilde hij het gezang horen en liet zich goed vastbinden aan de mast. Hij smeekte en smeekte om los te mogen, maar zijn mannen konden hem niet horen. Daar komen ze veilig langs en evenzo komen ze langs de Charybdis, een enorme draaikolk, en ook langs het zeskoppige monster Scylla.
Vervolgens landen de mannen op het Eiland van de Zon, waar de runderen van de zon gehoed werden door Apollo. (Teiresias waarschuwde Odysseus ervoor om deze runderen met rust te laten)
Odysseus' mannen, hongerig als ze waren, slachtten enkele van deze runderen en stierven door de hand van Apollo. Weliswaar niet met een lege maag, maar dan nog.
Odysseus weet te ontsnappen, maar Poseidon heeft hem gevonden en vernielt zijn schip.

Odysseus spoelt aan op een eiland waar Calypso woont, en wordt haar liefdesslaaf. Uiteindelijk, na een jaar, bidt hij tot Athene (godin van de wijsheid) of zij hem wil bevrijden. Athene vraagt Zeus, hij stemt in maar merkt wel op dat Poseidon nog steeds erg boos op hem is (vanwege Polyphemus)
Calypso helpt Odysseus een vlot te bouwen en hij vaart weg. Alles leek goed te gaan, totdat Poseidon er achter kwam waar hij was, en het vlot kapot sloeg. Toch slaagde Odysseus er in om weg te zwemmen.

Wederom strand hij op een eiland, nu zonder schip, bemanning, geschenken en kleren. Een meisje, Nausicaä, vindt hem en neemt hem mee naar het paleis van haar vader, de koning van Phaeacia. Daar vertelt hij zijn verhaal. De koning wil hem graag van dienst zijn, geeft hem een schip en bemanning en geschenken en stuurt hem weer op reis.
Toen ze arriveerden op Ithaca, zijn thuis, sliep Odysseus. De bemanning laadde al zijn geschenken uit, evenals ook Odysseus en vertrok weer. Niet wetend waar hij was, werd hij wakker.

Athene, in de vorm van een jongeman, vertelt hem waar hij is en vertelt hem ook wat hij moet doen.
Hij verkleed zich als een oude bedelaar en vertrekt naar zijn huis, waar hij de vrijers, de mannen die willen trouwen met Penelope ziet. Hij vertelt haar, als hij de kans heeft, niet wie hij is, maar dat hij Odysseus laatst nog gezien heeft. Penelope huilt als ze dat hoort en laat de bedelaar in het paleis overnachten.

De volgende ochtend brengt Penelope de oude boog van Odysseus naar de eetzaal. Ze laat twaalf ringen opstellen en vertelt dat de man die met die boog door die twaalf ringen kon schieten (in één enkel schot) met haar mocht trouwen. Ze moedigt iedereen aan om mee te doen, maar vertrekt daarna weer naar haar kamers.
Iedereen probeert de boog te spannen, maar het lukt niemand, laat staan schieten. Tenslotte vroeg de, als bedelaar verkleedde, Odysseus of hij het ook mocht proberen. Al de vrijers protesteren, maar Telemachus, zoon van Odysseus, staat er op dat ook hij het probeert.
Binnen een paar tellen heeft Odysseus de boog vast, spant hem, schiet één pijl door alle twaalf de ringen en doet zijn vermomming af. Hij schiet daarna al de vrijers door, op twee na. Zij vroegen hem om vergeving. Odysseus doodde de ene met een zwaard en spaarde de ander, omdat dat een muzikant was.

De oude bedienden juichten omdat ze zagen dat Odysseus terug was en renden naar de kamers van Penelope om haar het nieuws te vertellen. Zij vertrouwde het niet geheel, maar liet hem naar haar kamer komen om hem nog een laatste proef te laten doen.
'Kan jij het bed even aan de kant duwen?' vroeg ze hem.
'Maar schat,' zei hij, 'dat kan helemaal niet! Het zit vast op een boomstronk die hier groeit!'

Penelope weet nu dat hij echt Odysseus is, en samen zijn ze nog lang gelukkig. Het enige wat hij nog moet doen van Athene is zich verzoenen met Poseidon door een laatste, korte reis te maken. Dat doet hij. Daarmee eindigt het verhaal van Odysseus.

---

Zoals gezegd een waardig einde voor een zestal verhalen uit de Griekse mythologie. Misschien komen er later nog wel een paar verhalen uit deze rijke schat aan verhalen, maar eerst niet. Mocht jij overigens een verhaal perse willen lezen, je kan altijd het vragen... :)


woensdag 21 maart 2012

Griekse Mythologie - Atalanta


Een held zijn, wie zou dat niet willen? Datzelfde geldt ook voor Atalanta, een jonge vrouw die geen enkel genoegen neemt met de opmerking dat enkel mannen een held kunnen zijn. Zij zal zelf wel eventjes beslissen of ze een held is.
Dit is het verhaal van Atalanta. Ze wordt genoemd als één van de opvarenden van de Argo - mogelijk later daarover meer - en is werkelijk bijzonder. Vandaar ook dat dit verhaal niet mag missen in de reeks van Griekse mythes.

In plaats van de schrijver Ovidius te volgen, zal ik ditmaal eens een Griekse schrijver volgen, Apollodorus van Athene. Deze man was een filoloog, een wetenschapper in oude - en dode - talen. Alhoewel hij dit verhaal schreef als inwoner van het Romeinse rijk, het verhaal is er niet minder om.
Tevens gebruik ik tot tweemaal toe een andere schrijver om het verhaal te verduidelijken: Ovidius en Hesiodos, de op één na bekendste oude Griekse dichter, na Homerus.

Apollodorus
'Atalanta'

Toen de vader van Atalanta merkte dat zijn vrouw hem een dochter had gebaard in plaats van een zoon, besloot hij dat zij het leven niet waard was. Hij had veel liever een zoon gehad, een sterke zoon die hem trots zou kunnen maken. Vrouwen konden dat niet, dacht hij.
Hij pakte zijn pasgeboren dochter op en liet haar achter op een heuvel in het bos, voer voor wilde dieren. Zelf vertrok hij.

Zoals altijd - in die tijd, probeer het nu maar niet uit - waren de dieren erg lief. Een moederbeer dat pas haar jong had verloren nam haar mee naar haar hol en liet het meisje bij haar drinken. Totdat het meisje een jaar of twee was, verbleef ze bij moederbeer, haar evenarend in kracht en snelheid, voor zover je kan spreken over een sterk tweejarig meisje.

Daarna vonden jagers haar, joegen de beer weg en namen haar op in hun midden. Ze leerde veel van hen en was op haar tiende een beter jager dan allen van hen. Tegelijkertijd begon ze meer en meer respect te krijgen voor de krijgers van Artemis, een groep vrouwelijke jagers die mannen hadden afgezweerd.
Eens liep ze alleen door het bos, enkel haar boog en pijlenkoker bij zich hebbende, toen twee centaurs haar zagen. Beiden wilden wel wat anders eten, dus besloten ze haar aan te vallen. Dat was hun eerste vergissing. In plaats van weg te rennen, zoals velen gedaan zouden hebben, pakte Atalanta haar boog en zette een pijl aan. De centaurs vermoedden niets, trokken hun zwaarden, lieten hun bogen op de rug hangen, en vielen aan. Zonder pijl en boog te gebruiken, maakten ze hun tweede en - wat later blijkt - fatale fout.
Atalanta laat de eerste pijl vliegen, recht in het voorhoofd van de centaur die ineen zakt. In een vloeiende beweging heeft ze al een tweede pijl aangelegd die ook van haar boog springt, recht in het hart van de tweede centaur. Zoals al gezegd, ze was een beter jager dan wie dan ook.

Op een dag hoorde ze het verhaal van koning Oeneus. Hij was vergeten het eerste deel van de oogst te geven aan Artemis, de godin van (o.a.) de oogst. Artemis had voor straf een kolossale everzwijn gemaakt, die het land, de oogst en de mensen teisterde met haar krachten. Koning Oeneus had alle helden opgeroepen zich te verzamelen bij zijn kasteel. Ook Atalanta ging op weg.

In het kasteel stonden meer dan twintig helden in vol ornaat. Maliënkolders, zwaarden en speren... wapens waren er genoeg. Toen Atalanta binnenkwam werd het stil. Iedereen keek haar aan. Ze had enkel een dolk en een pijl en boog bij zich. Hier en daar werd gegrinnikt, maar de zoon van Oeneus, Meleager, werd op slag verliefd op haar.
Alle helden gingen op weg, op zoek naar het everzwijn. Ze vonden het, joegen het op en omcirkelden het dier. Dat was niet slim, want het beest was woedend en overrompelde twee mannen die dood bleven liggen nadat het dier over hen heen was gewalst.
Atalanta zag een kans, een opening en schoot, wetend dat Meleager in de buurt van het dier was. Ze schoot het dier recht tussen de ogen. Daardoor was het dier zo geschrokken dat het niet door had dat Meleager, nu zo dichtbij dat hij het dier kon aanraken, haar doorboorde met een speer. Het dier viel neer, haar laatste adem uitblazend.
Meleager stond er op dat Atalanta de huid van het dier nam, de krijgsbuit, omdat zij hem de kans gaf om het dier te doden. Na veel gekibbel heen en weer - Meleager doodde het dier, hij zou het moeten hebben - neemt Atalanta de buit aan.
Dat valt niet goed bij de overige helden. Een vrouw die een held wordt? Schande! Meleager neemt het op tegen twee van hen, dood hen en ondertekend zo zijn eigen vonnis. De twee mannen die hij doodde waren zijn ooms en zijn moeder (wiens broers gedood waren) doodde hem. (weliswaar niet met wapens, maar door een stuk hout in het vuur te gooien, maar dat is weer een ander verhaal)
Atalanta gaat snel weg.

Nu zou het verhaal van de Argonauten kunnen volgen. Dat doe ik echter niet omdat het niet 100% zeker is dat Atalanta meevoer op het schip. Ik ga dus verder.

Toen Atalanta's vader hoorde dat zijn dochter zo bekend was, wilde hij ineens wel dat ze weer thuis kwam. Ze werd onthaalt als een held en haar vader, die in eerste instantie niet dacht dat hij trots kon zijn op een dochter, was apetrots.
Toch wilde hij dat zijn dochter ging trouwen. Hij wilde dat iemand hem als koning kon opvolgen en liet allerlei geschikte kandidaten langskomen. Atalanta weigerde steevast, maar haar vader was koppig. Uiteindelijk kwamen ze tot een compromis: Als iemand haar kon verslaan in een sprint, mocht hij haar trouwen.
Wekelijks waren er meerdere sprintraces, die allen werden gewonnen door Atalanta. Totdat Aphrodite er van hoorde. Melanion, een jongeman die wel met Atalante wilde trouwen, bad tot haar en Aphrodite gaf uitkomst.

Even iets over Aphrodite, de godin van de liefde. Zij vond het een persoonlijke missie om iedereen die niet wilde trouwen te laten trouwen. Melanion deed er dus goed aan om haar om hulp te vragen.

Terwijl Melanion zich klaarmaakte voor de start van de race, met in zijn handen drie gouden appeltjes die hij van Aphrodite kreeg, daad Atalanta iets anders. Ze stond rustig om haar heen te kijken, verzekerd van haar winst. Toen de scheidsrechter het startschot gaf, gaf ze Melanion een kleine voorsprong.

Melanion rende zo hard als hij kon, maar zag dat Atalanta naderbij kwam. Hij besloot om één van de appeltjes te laten vallen. Hij keek vanuit zijn ooghoeken naar haar, hopend dat ze zou afremmen.
Atalanta zag het appeltje vallen en, terwijl ze door bleef rennen, pakte het appeltje op. Ze had er geen stap minder om gelopen! Melanion werd wanhopig maar rende door. Atalanta liep nu al naast hem. Weer liet hij een appeltje vallen, nu echter iets meer naar de berm toe.
Atalanta zag het appeltje vallen en moest enkele passen laten lopen om het appeltje te kunnen pakken. Toch had ze het en liep daarna snel weer naar Melanion toe.
Op ongeveer tien meter voor de streep, Melanion en Atalanta liepen naast elkaar, gooide Melanion het laatste appeltje achter een boom in de berm. Atalanta zag het glinsteren en kon niet anders dan er naar toe te gaan, waardoor Melanion de race won.

Hij trouwde haar. Tijdens hun trouwfeest vergat Melanion echter één ding: Aphrodite had hij niet bedankt. Als straf daarvoor veranderde Aphrodite hen allebei. Zij werd een leeuwin, hij een leeuw.
Dat komt er van als je iemand vergeet te bedanken.

zaterdag 10 maart 2012

Griekse Mythologie - Apollo en Daphne


Tot op heden heb ik geen verhalen geschreven waar de Griekse goden letterlijk aan te pas kwamen. Toch zijn er meer dan genoeg verhalen bekend waarbij er een - of meer - een hoofdrol spelen. Veel van deze verhalen zijn min of meer wel bekend, dus pak ik vooral de meer onbekende mythen waarbij de goden een rol spelen.
Het is dus ook een ander verhaal dan de verhalen over Oedipus en zijn kinderen - lees ze hier en hier. Het lijkt wel wat op Pyramusen Thisbe, en tegelijkertijd ook helemaal niet.

De schrijver is wederom Ovidius. Deze schreef het verhaal in zijn bijzondere stijl waarin hij bij alle details stil lijkt te staan. Ik zal het niet te gedetailleerd maken, maar lees het zelf maar en beoordeel maar:

Ovidius
'Apollo en Daphne'

Zoals de meeste goden vind ook Apollo dat het op de berg Olympus, het thuis van de goden, soms wat druk is. Daarom kiezen velen voor een avontuurtje op de gewone wereld. Ze vermommen zich dan vaak als mooie en intelligente mannen of vrouwen, en Apollo deed dit ook meer dan eens.
Apollo is de god van de geneeskunde, het licht, de muziek en nog meer. Ook gaf hij de priesters en  priesteressen regelmatig raad. Vandaar ook dat het orakel van Delphi sprak uit zijn naam.
Genoeg over wie Apollo is, laten we gaan kijken naar het verhaal.

Op een mooie dag in juni, de zon was net op en de wilde dieren waren nog volop op zoek naar eten, liep Apollo door het bos. Hij wilde even zijn gedachten bijeen zoeken, want er waren wat moeilijkheden thuis. En hoe kan je beter je gedachten verzetten dan door het bos te wandelen. Hij zag een hert hier, enkele zwijnen daar en, alhoewel hij ze best kwaad kon doen, hij boog enkel het hoofd en liet de dieren met rust. De dieren, op hun beurt, bleven ook bij Apollo weg.
Opeens bleef Apollo doodstil staan. In de verte zag hij iets, of iemand, bewegen. Terwijl zijn ogen probeerden te focussen op hetgeen hij zag, stapte hij langzaam dichterbij.
Een jonge vrouw stond een tiental meters verderop met een werpspeer in haar hand. Hij volgde haar blik naar een hert, haar prooi. Apollo zei niets, hij hurkte neer op zijn knieën, het meisje bewonderend om haar schoonheid.
Want ook al had ze een jurk aan die tot haar knieën reikte, perfect voor de jacht, en zaten haar haren door de war, Apollo zag haar niet zo voor zich. Hij probeerde haar voor te stellen aan zijn arm, op Olympus. Een mooie jurk aan, perfect passend bij haar lichte teint, en haar haren mooi opgestoken... Hij zou iedereen jaloers maken.

Het meisje, Daphne, wachtte op een beweging van het hert. Ze zou het dier niet zomaar willen neerhalen, enkel en alleen om de prooi. Zo had haar vader het haar niet geleerd. Alhoewel, haar vader, de riviergod Peneus, had haar niets geleerd. Ze had het allemaal zelf moeten leren.
Zij wist wel hoe haar vader verlangde naar kleinkinderen, maar zelf had Daphne daar geen zin in. Ze wilde vrij zijn, zwerven door het woud en jagen, zoals Artemis dat deed. Ze had mannen afgezworen, tenminste voor zover ze kon zwerven en jagen. En dat deed ze dan ook dagelijks.
Plots bewoog het hert haar hoofd. Het leek te kijken naar iets achter Daphne en vanzelfsprekend volgde Daphne - weliswaar erg stilletjes - de blik van het hert.
Ze zag een man staan die haar bekeek. Ook al zag hij er wel oké uit... of misschien ook wel supergoed... De manier waarop hij naar haar keek... Ze schrok ervan. Ze slaakte een klein gilletje en hoorde daarna achter haar het hert wegspringen.

Apollo zag hoe het meisje naar hem keek. Hij zag de schrik in haar ogen. Haar prooi vluchtte al weg, het gevaar herkennende. Ook het meisje stond op het punt van vluchten, dus Apollo riep: 'Ik doe je geen kwaad, meisje. Vertel me eens, wie ben je?'
Het meisje beantwoordde zijn vraag door hard weg te rennen. Ook Apollo springt op en begint achter haar aan te rennen. En alhoewel hij één der snelste goden van Olympus is, toch heeft hij moeite om achter het meisje aan te gaan. Ze is snel!
Wederom roept hij: 'Vertel me wie je bent! Voor mij hoef je niet bang te zijn, ik doe je niets.'

Daphne weet wel beter. Ze blijft rennen, zo snel als ze kan. Ze gluurt even naar achteren, kijkend waar de jongeman zich bevindt. Om wat tijd te besparen roept ze haar naam, maar neemt daarna direct een bocht, waardoor de man afgeleid lijkt te zijn.

Apollo hoort haar naam, Daphne. In gedachten verzonken droomt hij al van hen samen. Apollo en Daphne, Daphne en Apollo. Hij heeft net te laat in de gaten dat ze een bocht heeft genomen, maar rent daarna snel achter haar aan. Uiterst langzaam komt hij, meter voor meter, dichterbij.
'Je hoeft voor mij niet bang te zijn,' probeert hij nogmaals, 'Ik ben Apollo.'

Als Daphne hoort wie ze achter zich heeft rennen, rent ze nog harder weg. Ze heeft wel gehoord over de goden die, als ze niets te doen hebben, op zoek gaan naar jonge vrouwen. En hoe die vaak doodgemaakt worden door jaloerse echtgenotes. Ze ziet hoe hij, meter voor meter, dichterbij komt. Opeens ziet ze in de verte de rivier van haar vader liggen. 'Pappa, pappa! Help!'

Apollo kijkt raar op. Ze roept haar vader om hulp? Hij besluit zich niet hierom te bekommeren en rent verder. De afstand tussen hen is tien meter, negen, acht... Weer roept Daphne om hulp van haar vader. Toch maakt het hem niet uit. Hij is slechts een meter van haar vandaan. Totdat opeens...

Daphne staat opeens doodstil. Ze ziet nog wel wat, maar kan zichzelf helemaal niet meer bewegen. Haar armen zijn weg, haar benen staan in de grond aan de waterkant... Ze kijkt omhoog en ziet hoe haar haren zijn geworden tot boomtakken, hoe haar huid er uitziet als boombast...

Apollo staat daar te kijken. Daphne, zijn lief, is veranderd in een boom! Een laurier.
'O mooiste van alle meisjes, 'zegt hij, 'Nu ben je verloren voor mij. Maar toch zal ik altijd bij je blijven, je bent mijn boom. Iedereen die wint zal vanaf heden jouw bladeren dragen, een laurierkroon, en je zal al mijn overwinningen meevieren. Iedereen zal het vanaf nu hebben over Apollo en zijn laurier. Overal waar minstrelen spelen zullen ze het hebben over ons, over jou en mij.'

---

Voor alle duidelijkheid: Het Griekse woord Daphnè betekent in het Nederlands laurier. Nu snap je ook waar de naam laurier vandaan komt.