zondag 27 december 2015

#Boekperweek 26 (finale)

Vandaag, aan de start van de laatste week van 2015, het laatste deel van de #boekperweek-uitdaging van de bibliotheek: elke week een nieuw boek. Eerlijk gezegd is het op sommige momenten wel een uitdaging geweest. In een drukke tijd ook nog eens een moment vinden om een boek te lezen... Tja, ik sjoemelde soms wel eens wat. In mijn vakanties las ik weer veel meer en die boeken kwam me tijdens zo'n drukke periode dan weer mooi uit.
Daarnaast is het schrijven over zulke boeken (bijna) nooit een probleem. Slechts één van de 26 blogs heb ik in allerijl moeten schrijven, waardoor die er in mijn ogen veel minder uitziet.

Het toetje heb ik voor het laatst bewaard. Twee boeken waar ik eigenlijk het hele jaar al mee bezig ben. Een hoofdstukje hier, een paar bladzijden daar... Het eerste boek hoeft waarschijnlijk ook geen verdere uitleg: het spreekt voor zich. Het tweede daarentegen mag een kleine uitleg hebben.

Bijbel (in gewone taal)




Brieven van een scepticus
Dr. Gregory A. Boyd
Edward K. Boyd

Een helder en bovenal duidelijke briefwisseling tussen ongelovige vader en Christelijke zoon. Het gaat over allerlei zaken uit de Bijbel die in deze brieven erg duidelijk uiteengezet worden.
Dit boek heeft me op sommige momenten erg geholpen om anderen het hoofd te bieden, zeker als het gaat om moeilijke momenten. Een fijn, goed leesbaar boek!

zondag 20 december 2015

#Boekperweek 25

Het jaar vliegt voorbij en daarmee dus ook de blogs. Vandaag deel 25, over boek 49 en 50 en volgende week het laatste deel van de serie. Afgelopen vrijdag is ook mijn kerstvakantie begonnen: een periode waarin ik lekker kan uitrusten, mag genieten met vrienden en familie en vanzelfsprekend ook tijd heb om weer wat boeken te lezen. Gisteren ben ik al begonnen met één boek - een Sinterklaascadeautje, - en ik moet bekennen dat het heerlijk was om het boek weer eens te lezen. Wat een fijn verhaal.

Alice's Adventures in Wonderland
Lewis Caroll

Deze luxe versie van het boek - leren kaft, geïllustreerd - begint met het bijzondere verhaal van Alice. Ook al las ik dit boek voor het eerst in de brugklas, toch nam de magie van het boek me evenzeer mee als dat het ook zaterdag gebeurde.

Ik neem aan dat het grootste deel van het verhaal wel bekend is: Alice volgt een konijn en verdwijnt zo door het hol in Wonderland. Het konijn, de rups, de kat... allemaal mooi geschreven personages die bijdragen aan de kracht van het verhaal.
Wat wel grappig is om op te merken - lang leve de lerares Nederlands die me dit vertelde - is dat Lewis Caroll de draak steekt met al de moralistische verhalen die er op dat moment zijn. Dit verhaal is meer een filosofisch verhaal over de zin - en onzin - van het leven.

Dit boek brengt altijd weer een glimlach op mijn gezicht. En met deze versie van het boek - waar ook allerlei andere verhalen van in staan -wordt het alleen maar leuker!

Swords of Destiny
Andrzej Sapkowski

Eerder meldde ik al dat ik de boeken over Witcher Gerald of Rivia las om in de stemming te komen voor het spel, waarbij het derde deel dit jaar uitkwam. Ook vandaag de dag ben ik nog bezig in een vijfde boek met verhalen over hem, om meer te weten te komen over de achtergrond en vooral de reden waarom hij is zoals hij is.

Dit boek bevat weer meerdere verhalen over Gerald, Dandelion en anderen, waaronder bijvoorbeeld het verhaal hoe Gerald en Dudu elkaar leren kennen.

Wederom goed beschreven en neemt me mee naar de wereld waarin het goed en het kwaad soms moeilijk te onderscheiden zijn. Want is de tempelwacht nu goed of kwaad? En wie zijn de echte monsters? Zijn het zij die de draak willen doden of is het de draak zelf?

zondag 6 december 2015

#Boekperweek 24

De weken vliegen voorbij en ook het jaar is al weer bijna op z'n einde. Boek nummer 47 en 48 passeren vandaag de revue, wat tevens ook betekent dat we nog maar vier weken te gaan hebben. Zondag 20 december volgt blog 25 en de week daarop, nog net in 2015, komt de laatste blog.
Maar laten we gaan kijken naar de twee boeken die deze week in de spotlight staan.

De Wereld van Sofie
Jostein Gaarder

Dit boek is een klassieker voor mij geworden sinds ik zo'n 12 jaar geleden het boek voor het eerst onder ogen kreeg. Het vertelt over Sophie Amundsen, een veertienjarig Noors meisje. Zij krijgt kaarten en brieven die gericht zijn aan Hilde, een meisje van wie ze nog nooit gehoord heeft. Die brieven bevatten opmerkingen en vragen die Sophie flink laten nadenken en je wordt als het ware ook meegenomen in de gedachtestromen. Deze filosofische vragen zetten direct mijn hersenen aan het werk, en dat is ook de bedoeling.
In het boek heeft min of meer de gehele geschiedenis van de westerse filosofie onder de loep genomen en bij alle standpunten van alle filosofen wordt geen mening gegeven. Er is plaats om je eigen meningen te maken bij al deze ideeën en standpunten, maar het verhaal gaat gewoon verder. En hoe... Een bijzonder einde maakt dit boek nog interessanter dan het op eerste indruk lijkt.

Mijn favoriete filosofen zijn Socrates en Kierkegaard. Wat zijn de jouwe?



Koning schaakt Koningin
Elizabeth Massie / Michael Hirst

Het tweede deel van de Tudors-serie gaat verder waar het eerste deel stopte. Henry VIII wil nog steeds Anne Boleyn als vrouw hebben en zij houdt nog steeds de boot af. Daar waar het land in rep en roer staat - Henry is niet meer deel van de Roomse kerk, maar heeft zichzelf opgeworpen als kerkelijk hoofd om zo te kunnen scheiden van zijn eerdere vrouw - laat Henry zichzelf gaan in cadeaus en andere dure kostbaarheden om de affectie van Anne te winnen.
Als ze dan eenmaal getrouwd zijn, geeft ze hem een kind. Niet een zo graag gewenste jongen, maar een meisje: Elizabeth. En als daarna een jongen uitblijft... Anne zal moeten vrezen voor haar leven...

zondag 22 november 2015

#Boekperweek 23

Boek 45 en 46 komen ditmaal aan bod. Twee boeken van Brian Selznick die de boeken niet alleen schrijft, maar tevens ook van bijzondere tekeningen voorziet en zo soms zelfs een tweede verhaal creëert. Het ene boek heb ik ooit gekregen nadat ik een ander gekocht had. Eén van zijn boeken is ook verfilmd onder de naam Hugo. Lees maar mee:

The Invention of Hugo Cabret
Brian Selznick

Dit boek verteld over Hugo, een wees wiens vader ooit werkte in het museum van Parijs. Hij woont (en werkt) in het station van Parijs waar zijn oom de klokken onderhoudt. Op een dag is zijn oom ineens verdwenen, maar Hugo blijft aan de klokken werken.
Tegelijkertijd werkt hij aan een apparaat waar zijn vader mee was begonnen. In een notitieblokje dat Hugo geërfd heeft staan meerdere gedetailleerde tekeningen over de werking van deze automaton.

Op het station werkt ook een man in een kleine speelgoedwinkel, George. Zijn nichtje komt wel eens bij hem op bezoek en leert zo Hugo kennen. Samen gaan ze op pad om deze machine af te maken, maar komen zo op een heel ander spoor terecht, die van de filmmaker Méliès. Wie is dat en waarom heeft hij zoveel films gemaakt?

Één van de platen uit het boek
Dit boek laat je op een bijzondere manier een blik werpen op de geschiedenis van de film. Door middel van woorden en beelden neemt de auteur je mee in het Parijs van 1930. De tekeningen zijn bijzonder en helder en samen met het verhaal zoog het mij door het boek. Ook al is het een dik boek, ik was er binnen een dik uur doorheen (soms heb je meerdere pagina's met enkel een tekening) en na afloop heb ik ook nog gezocht naar beelden van de films van Méliès, welke op Youtube ook deels te vinden zijn.
Dit boek is verfilmd door niemand minder dan Martin Scorsese, voor wie het zijn eerste (en tot op heden) enige kinderfilm is. Toch, mocht je een leuke, interessante en ook leerzame film willen zien over de geschiedenis van films, kijk Hugo!


Het Wonderkabinet
Brian Selznick

Dit boek gaat over Ben en Rose. Ben is een dove jongen die op zoek is naar zijn vader. Hij vindt het boek 'het wonderkabinet' met daarin een bladwijzer die hem op het pad naar zijn vader kan leiden. Ben gaat op zoek in de musea van New York, zoekend naar zijn vader.
Rose is een doof meisje dat niet uit huis mag gaan omdat het niet veilig voor haar zou zijn. Ze wil dolgraag bij haar moeder, een bekende actrice, zijn en heeft ook talloze plaatjes van haar overal hangen.

Op een gegeven moment vinden Ben en Rose elkaar, alhoewel het anders is dan je misschien zou denken. Dat laat ik dan ook aan jou over!

Het verhaal van Ben is geschreven, daar waar Rose haar verhaal enkel en alleen maar doet via tekeningen, hetgeen dit verhaal nog meer bijzonder maakt. Een echte aanrader!

(Vanzelfsprekend kan je de boeken eventueel lenen!)

zondag 8 november 2015

#Boekperweek 22

Op een drukke zondag komen - in een verkorte editie - nummer 43 en 44 van de boekenreeks. Elke week een nieuw boek lezen is af en toe wat lastig, maar meestal leidt het niet tot problemen. Vandaag dus lekker verder.

The Hero of Ages
Brandon Sanderson

Het derde deel van de Mistborn-reeks gaat vanzelfsprekend verder waar het tweede deel gebleven is. Vin en Elend blijven bezig om het raadsel van de mist te ontcijferen en ook Sazed, Spook en Marsh spelen hun hoofdrollen uit. Hoe zal alles uitvouwen? Lees het in dit derde en laatste deel van de trilogie.

Ben ik dat?
Mark Mieras

Dit boek gaat stap voor stap je hersenen bij langs en doet dit op een bijzonder aangename manier. Niets moeilijke stof: alles wordt begrijpelijk uitgelegd. Thema's als reclame, verslaving en creativiteit worden uitgelegd en al lezend herken ik mezelf meer en meer. Fijn om jezelf beter te leren kennen met dit boek!

zondag 25 oktober 2015

#Boekperweek 21

We vliegen door naar de twee volgende boeken die hier de revue passeren; boek 41 en 42. Dit betreft de eerste twee delen van de 'Mistborn'-serie van Brandon Sanderson, een man die ik nog niet zo lang geleden leerde kennen doordat hij de boeken van het Rad des Tijds, een serie oorspronkelijk begonnen door Robert Jordan, afschreef.

Mistborn
Brandon Sanderson

In dit eerste deel van de trilogie leren we Vin kennen, een meisje dat zichzelf staande houdt in een wereld die compleet anders - en tegelijkertijd vergelijkbaar - is met de onze.
Al duizenden jaren is er één man aan de macht. Die keizer regeert met strenge hand en alle niet nobele mensen, de Ska, werken als slaven. Ze werken op de velden, in fabrieken en op de straten om de wereld as-vrij te houden. Op die manier kunnen er planten groeien - een aslaag zorgt er immers voor dat er niets kan groeien.

Vin is een nietig deeltje in deze wereld: een ska die dievegge is. Samen met anderen proberen ze de edelen wat geld afhandig te maken. Dit gaat allemaal goed en wel, totdat Kelsier in haar leven komt. En dan veranderd haar leven ook drastisch! Ze blijkt een mistborn te zijn, iemand met krachten die ze uit metalen kunnen halen. Ze merkt dat er ook mensen zijn die maar één kracht hebben, maar zij heeft ze dus allemaal, net als Kelsier.

Al snel doet ze zich voor als edele omdat ze, samen met het groepje van Kelsier, de opdracht hebben aangenomen om de keizer te vermoorden. Daar leert ze Elend kennen, de zoon van één van de belangrijkste edelen van het land. Intrige heerst, maar zal zij, met de groep van Kelsier, de keizer ten val kunnen brengen?


The Well of Ascension
Brandon Sanderson

Het tweede deel gaat verder waar het eerste deel stopt en bemoeit zich vooral met de vraag 'hoe nu verder'.
Waar Vin probeert te ontdekken wat de keizer bedoelde met zijn laatste opmerking, probeert Elend vooral zijn koninkrijk zo eerlijk mogelijk te houden. Maar hoe doe je dat als er een leger voor de deur staat en een tweede ook dichterbij komt.

Vin gaat de stad rond om eventuele andere mistborn-moordenaars op te sporen voordat ze bij haar man terecht komen en een gevaar voor hem vormen. Daarbij ontmoet ze Zane, een jongen die ook mistborn is maar wel werkt voor de vijand. Kan hij haar overhalen om samen te vluchten?

woensdag 14 oktober 2015

Stel: Je bent net overleden...

Stel: Je bent net overleden...

Nogal een binnenkomer, nietwaar? Ook al ga ik er vanuit dat dit voor niemand die dit leest het geval is - als je gestorven bent kun je moeilijk eerst een computer aanzetten en daarna ook nog eens dit stuk lezen - toch hoop ik dat je verder leest. Het is namelijk belangrijk. Nogal raadzaam om verder te lezen. Dus, laat ik weer opnieuw beginnen.

Stel: Je bent gestorven.

Vraag me niet hoe je gestorven bent of waarom ik daarvan weet en, misschien nog wel een betere vraag, waarom ik nu aan een dode schrijf, want ook dat raakt de kern van het verhaal niet. Sterker nog, wederom loop ik bij het verhaal weg. Laat ik dus nog eenmaal opnieuw beginnen en dit keer mag je jezelf dus geen onnodige vragen stellen die ik dan weer moet beantwoorden. Vragen mogen dus alleen nog maar als je het stuk uitgelezen hebt. punt.

Stel: Je bent dood. Morsdood. Artsen hebben je net doodverklaard, er is niets meer aan te doen. Geen weg terug, het einde is gekomen. Je bent de pijp uit en hebt diezelfde pijp aan Maarten gegeven. Helaas pindakaas, de olifant blies jouw verhaaltje uit. The end.

Tja, dat is misschien even schrikken. Je wordt begraven, gecremeerd of wat voor ander gekke wens je dan ook maar hebt - een zeemansgraf lijkt mij nog wel een mooi idee. En dan?
Jij bent in de hemel - of waar jij denkt heen te gaan - en je lichaam is hier op aarde. Wat doe je daar dan nog mee? Wat doe je met je hart, je nieren of je longen? Heb je je alvleesklier, je lever of je hartkleppen nog nodig? Heb je je hoornvlies nog nodig om door te kijken?

Natuurlijk heb je nu een idee waar ik heen wil gaan. Je snapt ook waarom ik je, aan het begin van het verhaal, dood verklaard heb. Althans, dat hoop ik.

Deze week is het de nationale donorweek; een week waarin er extra aandacht wordt gegeven aan de vraag of JIJ al een donor bent. Of jij bereid bent om na je dood nog anderen te kunnen helpen. Let even op het woordje 'na'. Jij bent al gestorven, er kan voor jou niets meer gedaan worden. Toch kan je dan nog anderen helpen!

Stel: je hart begeeft het. Ook al niet zo'n prettig vooruitzicht - sterker nog, dat wil ik eigenlijk helemaal niet - maar het gebeurt wel eens. Een pacemaker werkt dan wel, maar dat is slechts een tussenoplossing. Zo'n apparaat werkt alleen als je hart er deels mee gestopt is. Als hij helemaal stopt dan... tja, dan sterf je ook.
Hetzelfde geldt ook voor je longen, je nieren, je lever, je alvleesklier en je dunne darm. Om nog maar niet te spreken over hartkleppen, bloedvaten en je hoornvlies.

Als jij iemand anders kan helpen, waarom zou je het dan niet doen?

Als je nog geen donor bent: ga dan naar deze site: www.wordookdonor.nl
Als je meer wilt weten, ga dan naar de site van de Donorvoorlichting

Ja. Ik ben al donor. Dat heb ik op mijn achttiende al besloten. Tegelijkertijd ook nee, ik geef niet alles weg. Dat is ook iets waar je voor kan kiezen. Je hoeft niet alles weg te doen. Ook al weet ik dat ik er na mijn sterven niets meer mee kan, toch wil ik mijn hart houden. Dat is misschien wat apart - 'ga dan all-in' - maar dat is mijn persoonlijke keus. Dat wil ik. En dat respecteren ze.

---

Om even iets te schetsen het volgende. De Nederlandse overheid - de doktoren, ziekenhuizen en artsen - mogen niets doen tenzij jij hebt aangegeven dat het mag. Netjes van ze, nietwaar? Er zijn ook andere landen waar het andersom gaat: als je niets aangeeft gaan ze er vanuit dat je toestemming geeft. Wie zwijgt stemt immers toe. In ons land zijn ook stemmen geweest om het zo te doen. Want JA zeggen... daar moet je iets voor doen. En als je niets doet, dan ben je toch ook klaar?

Kom op, neem eventjes twee minuutjes van je tijd om jezelf te registreren. Doe je het niet voor jezelf, doe het dan voor anderen. En... wat als jij later iets nodig hebt? 

dinsdag 13 oktober 2015

Lugh en de Tuatha Dé Danann

's Ochtends vroeg, op het moment dat de poort van de stad Tara nog dicht is, staat een jongeman voor de poort te wachten. Zijn naam is Lugh en hij wil de koning van de Tuatha Dé Danann graag van dienst zijn. Die koning, de eenhandige Nuada, gaf een groot feest ter voorbereiding voor de komende strijd tussen de Tuatha Dé en de Fomoren, hun rivalen. De Fomoren worden sterker en sterker, en als er niet snel iemand zich opwerpt als held, zouden ze wel eens helemaal uitgeschakeld kunnen worden.

Op het moment dat de poort opengaat wil hij naar binnengaan, maar de poortwachter stopt hem en vraag hem naar zijn naam.
"Ik ben Lugh, zoon van Cian van de Tuatha Dé en kleinzoon van Balor van de Fomoren." beantwoord hij de vraag.
"Oké," zegt de wachter, "Jij weet de regels om de stad in te mogen?"
Op die vraag weet Lugh het antwoord niet. "Geen idee," zegt hij.

"Nou," begint de poortwachter, "allereerst moet je een beroep hebben. Daar moet je behendig in zijn. Dus..." De man keek hem strak aan, "waarmee kan jij de koning van dienst zijn?"
Lugh dacht even na en zegt dan: "Ik ben een goede timmerman."
Dat antwoord maakt absoluut geen indruk op de poortwachter, die aangeeft dat er in de stad al een timmerman is, genaamd Luchtar. "Jouw diensten zijn dus niet nodig."

Lugh wordt weggestuurd en moet weer achteraan de rij aansluiten. Op het moment dat hij weer vooraan staat, heeft hij zijn antwoord gereed.
"Jij weer?" zegt de niet-verbaasde poortwachter.
"Ja, ik ben er weer. Ik ben namelijk smid."
"Echt waar, jongen?" lachte de poortwachter. Toch bekeek de man Lugh en zag dat hij het lijf er wel voor had.
"Helaas kan ik je niet binnenlaten, want we hebben al een smid." Een goede ook, deze Colum Cuaillemech, die al meerdere verbeteringen had bedacht die de mensen in de stad vaak gebruikten.

Weer moest Lugh achteraan de rij aansluiten. Gelukkig was hij nu wat korter, waardoor hij al snel weer vooraan de rij stond. Hij probeerde weer binnen te komen, ditmaal als kampioen, maar ook dit keer werd hij geweigerd.
Daarna probeerde hij het ook als harpist, krijger, dichter, geschiedschrijver, magiër en metaalbewerker. Maar niets van dit alles was nodig in de stad, gaf de wachter aan. De mensen van de stad Tara van het volk van de Tuatha Dé Danann waren al voorzien van al deze beroepen.

Uiteindelijk smeekte Lugh de man om hem binnen te laten. "Vraag koning Nuada alsjeblieft of hij iemand kent die al deze vaardigheden bezit."
De poortwachter, die wel enigszins medelijden kreeg met de jongen, stuurde een knecht naar de koning. Deze zei het volgende tegen Nuada:
"Grote koning Nuada, bij de poort staat een man die Lugh heet, maar hij zou eigenlijk Ildanach moeten heten, meester van alle ambachten." Dit omdat hij natuurlijk in zijn eentje kon waar de stad vele mensen voor nodig had.

De koning, enigszins nieuwsgierig geworden, stuurde een schaakbord en een schaakspeler naar de poort toe, om de nieuwkomer uit te dagen. Daar spelen beide mannen een pot, waarna Lugh als overwinnaar overblijft. Hij zet de ander in enkele zetten schaakmat.
Daarna mocht Lugh binnenkomen, maar de uitdagingen waren nog niet voorbij. Nuada liet Ogma, de belanrijkste strijder van de Tuatha Dé, naar voren komen. Lugh werd er naast gezet en hij zag dat Ogma een tegel uit de grond oppakte.
Dat lijkt misschien niet zo'n bijzonder feit, maar wel als je weet dat deze tegels vrij groot en enorm zwaar waren. Dat maakte het allemaal een stuk indrukwekkender.
Ogma werpt de tegel zo ver als hij kan en kijkt daarna Lugh uitdagend aan.

Lugh haalt zijn schouders op, loopt naar de tegel die tientallen meters verderop ligt en draait zich om naar de koning. Hij knikt eerbiedig naar de koning, draait zich weer om en pakt de tegel moeiteloos op. Hij kijkt even waar Ogma staat - naast een gat in de grond waar de tegel eens lag - en werpt deze dan naar hem toe.
De tegel vliegt door de lucht en landt precies in het gat wat Ogma had gemaakt.

Terwijl de gehele hofhouding klapt, pakt Lugh een harp van een speler af en begint te spelen. Hij zingt een heldendicht en na de eerste aanslagen op de snaren is iedereen doodstil. Hij begint te zingen.

--- Een heldendicht over een vijand die hen overschaduwt, hoop die terugkomt met de komst van een held en een uiteindelijke overwinning op de vijand aan de hand van de held. ---

Lugh en zijn speer
H.R. Millar (1905)
(bron: wikipedia)
Enkele tellen na de laatste noot kijkt hij rond. De mensen staan stokstijf om hem heen, de tranen in de ogen. Zelfs de koning houdt het niet droog. Nuada spreekt na een tijdje:
"Landgenoten, ik denk dat ik voor ieder spreek als ik als zeg dat we een held gevonden hebben. Iemand die sterk is en ons leiden zal in de strijd tegen de vijand. Wat vinden we daarvan?"
Alle aanwezigen juichen, en zo wordt Lugh de aanvoerder in de komende strijd.

zondag 11 oktober 2015

#Boekperweek 20

Na afgelopen weekend de Harry Potter Film Marathon gedaan te hebben met vrienden en kennissen wereldwijd, is er ook nog tijd geweest om de laatste boeken uit de serie te lezen. Ditmaal zijn boek nummer 39 en 40 aan de beurt. Voor diegenen die me erop wezen dat ik ergens een foutje heb gemaakt in de telling: bedankt. Nu dus wel de goede telling weer aangenomen.

Harry Potter en de Orde van de Feniks
JK Rowling

In het vijfde deel van de serie zit Harry te wachten op bericht van zijn vrienden. Hij zit - tijdens de zomervakantie - nog bij zijn oom en tante. Op een avond, wanneer hij met zijn neef Dirk buiten is, worden ze aangevallen door Dementors. Harry verjaagt hen, maar krijgt dan een bericht. Hij moet naar een hoorzitting omdat hij als minderjarige tovenaar buiten school om heeft getoverd. Belachelijk, maar wel waar.
Een paar dagen later komt een enorme groep mensen hem ophalen, waaronder Remus Lupos, Alistor Dolleman en  Nymphodora Tops.
Ondertussen geloofd men op het ministerie niet dat Voldemort is teruggekeerd.

Als ze eenmaal op school zijn, leren we Loena Leeflang kennen, een meisje van Ravenklauw. Zij lijkt op het eerste gezicht misschien gek, maar is slimmer dan lijkt. Tevens geeft ze ook extra kleur aan de serie.

Harry leert in dit jaar de geheime Orde van de Feniks kennen, een organisatie waar zijn ouders vroeger ook in hebben gezeten.
Zoals elk jaar is er ook nu weer een nieuwe professor voor het vak Verweer tegen de Zwarte Kunsten. Dit jaar is het dezelfde vrouw die Harry in de rechtszaal voor schut zette, professor Omber.
En als zij alleen maar theorielessen geeft, zonder enkele praktijk die daarbij ondersteund, komen Harry en andere studenten in opstand en beginnen de SVP.


Harry Potter en de Relieken van de Dood
JK Rowling

Het laatste deel van de serie over Harry Potter. Ik zal er weinig over zeggen, aangezien ik enkele lezers ken die dit deel nog willen lezen. Toch zwijg ik er niet over. De laatste strijd tussen Harry en Voldemort, tussen Zweinstein en de Dooddoeners... alles komt in dit boek tot een climax. En hoe!

Eén van de dingen die ik specifiek mooi vind aan dit boek is hoe Loena toch ook uitgroeit tot heldin. Net als Marcel en Ginny neemt zij ook een hoofdrol op die niet gering is.

Ook is de jacht op de gruzielementen een leuke zoektocht, ware het niet dat ze deze vanzelfsprekend kapot moeten maken.

Een goede, leuke serie die je meeneemt in deze wereld van de magie.

dinsdag 6 oktober 2015

Thor de travestiet

Elke ochtend is er één ding wat Thor als allereerste doet. Hij pakt zijn hamer, Mjölnir, stevig vast en zwaait er een paar rondjes mee. Dat is zijn ochtendgymnastiek, zijn eerste rek-en-strek oefeningen van de dag. De hamer is niet alleen handig voor zijn gymnastiek, het is tevens ook het beste wapen wat Thor, de god van de donder, heeft. Zonder dat wapen zou Asgaard kwetsbaarder zijn dan ooit!

Moet je eens nagaan wat er dus gebeurde toen hij 's ochtends Mjölnir niet kon vinden naast zijn bed. Hij was woest en doorzocht de gehele slaapkamer. Maar nergens kon hij het wapen vinden. Snel ging hij naar Freya, want hij wist dat zij hem helpen kon. Ook Loki was daar en deze besloot mee te zoeken.

Freya gaf beiden een veer van een valk, waarmee ze in de vogel zelf konden veranderen. Terwijl Thor moeite had om van vorm te veranderen, was de transformatie voor Loki geen probleem: in luttele tellen was hij veranderd in een vogel en vloog hij weg. Hij had een vermoeden dat de reuzen het wapen wilden stelen, dus vloog hij naar hun thuisland, Jotunheim.

Daar aangekomen veranderde hij weer terug in zijn normale vorm en ging naar de hoofdman van de reuzen. Zijn naam was Thrym, dat betekent luidruchtig. Toen hij de vraag kreeg of hij wist waar de hamer was, antwoordde hij dat hij deze gepakt had.
"Natuurlijk heb ik deze!" lachte de reus. "Ik heb Mjölnir begraven. En denk maar niet dat ik 'm zo maar teruggeef!"
Loki dacht even na en vroeg toen: "Wat zou je dan voor de hamer willen hebben?"
Lang hoefde Thrym niet na te denken: "Ik geef de hamer pas terug als ik met Freya getrouwd ben!"
Loki draaide zich om en liep peinzend weg. In de verte hoorde hij Thrym nog bulderen van het lachen, maar hij veranderd weer in een valk en vliegt terug naar Asgaard.

Alle goden zijn bijeen gekomen en luisteren vol aandacht naar het verhaal van Loki. Wanneer hij verteld dat Thrym met Freya wil trouwen, gaan alle ogen naar Freya toe.
"Nee, nooit van m'n leven! Ik zal nooit met die reus trouwen. Verzin maar een andere optie."
De goden beraden zich daarna over andere mogelijkheden, totdat Heimdall naar voren stapt.
"Het lijkt me simpel," zei hij, "Thor moet zich gewoon verkleden als Freya en zelf zijn hamer terughalen."

Terwijl de meeste goden knikten en hun goedkeuring lieten blijken over deze meesterlijke oplossing, staat Thor boos op.
"Echt niet! Het is niet natuurlijk om me als vrouw te verkleden. De schande..." sputterde hij tegen. "Jullie zullen daarna altijd grappen over me maken."
"O, moet je eens zien," zei hij in een gekke stem, "Daar loopt Thor de travestiet, nu verkleed als man." Hij schudde zijn hoofd.
"Nee, dat doe ik niet. Verzin maar een andere mogelijkheid."

Loki zucht. Hij ziet hoe Thor weer zit op zijn stoel, zijn armen over elkaar geslagen. Dat stopt hem echter niet: hij staat op en neemt het woord.
"Oké," zegt hij in zijn bekende mokkende toon, "Dan komen de reuzen dus straks en zijn zij de baas. Het is mij om het even."

Die opmerking laat alle Asen en Wanen goed nadenken. Loki slaat, zoals vaker, de spijker recht op de kop. De andere goden pleiten daarna bij Thor om toch het plan van Heimdall uit te voeren. Ze beloven nooit de spot te drijven met Thor. Na lang zeuren stemt Thor dan eindelijk in: hij zal zich vermommen als Freya en naar de reuzen gaan.
En Loki? Hij besluit dat hij mee gaat, al is het alleen maar om Thor in een jurk te zien.

Er werd in luttele uren een mooie bruidsjurk gemaakt, waarbij geen detail werd overgeslagen. Een lange sleep en bijzondere sluier werden gefabriceerd en er werd tevens een iets minder mooie jurk gemaakt voor Loki die meeging als dienstmeid van Thor.

Thor wilde geen moment langer dan nodig was wachten in Asgaard. Daarom klommen ze allebei snel in de koets en reden zo naar Jotumheim, het land der reuzen. Daar aangekomen hoorden ze de stem van Thrym al donderen:
"Eindelijk krijg ik de prijs waar ik al zo lang recht op heb!"

Thor en Loki verkleed als vrouwen
Carl Larsson, 1893
(bron: wikipedia)

Later die avond, wanneer ze allemaal aan het eten zijn, bevinden Thor en Loki zich in de problemen. Thor had in zijn eentje een complete os, acht hele zalmen en vele andere lekkernijen opgegeten - laat staan alle bekers mede die hij achterover had geslagen. Dit zorgde voor rare blikken van de reuzen. Zij hadden nog nooit een vrouw gezien die zoveel had gegeten.
Loki bedacht snel een smoes en zei: "De godin was zo bezig met haar aanstaande huwelijk met jou dat ze de afgelopen week nog niet gegeten heeft."
"Kijk maar eens naar haar jurk," ging hij verder, "Ze heeft er meerdere dagen in haar eentje aan gewerkt om deze zo mooi mogelijk te maken voor jou."

Thrym bekeek de jurk eens goed en zag de hoeveelheid werk die er in gestoken moet zijn.
"Heeft ze deze echt helemaal zelf gemaakt?"
Loki knikte. "Daar is ze zeker een vijf dagen onafgebroken mee bezig geweest."
Thrym knikte en zei dat hij het dan wel snapte. "Zo'n jurk maak je niet eventjes."
Toch wilde Thrym zijn aanstaande bruid wel eens kussen, dus trok hij Thor naar zich toe en wilde de sluier van haar gezicht halen.
Het enige wat hij echter zag waren haar ogen die hem zo intens aankeken dat hij schrok en zijn hand liet zakken.
"Wat een vreselijke, doordringende ogen heeft ze." zei hij.
Loki moest snel een antwoord bedenken, maar kwam met een goed antwoord op de proppen:
"Freya wilde je zo graag zien dat ze al zeven dagen en nachten niet geslapen heeft. Zo graag wilde ze bij je zijn."

Thrym wilde nog wat zeggen, maar daarna liet Loki snel de ceremoniemeester komen om de trouwceremonie te laten starten. Een van de dingen die daar bij moest zijn was Mjölnir.
Deze werd op de schoot van Thor gelegd, die begon te glimlachen.

Thrym kon niet wachten tot de sluier eindelijk zou worden afgedaan. Toen het moment daar was aarzelde hij geen moment: hij pakte de sluier vast en trok deze weg. Hij verwachtte daar de mooie Freya te zien staan. Je kunt je misschien voorstellen hoe hij schrok van het gezicht van Thor.
Deze stond met wijd open gesperde ogen hem aan te kijken, pakte zijn hamer en sloeg Thrym neer. Daarna sloeg hij ook alle andere gasten neer.

Loki keek hoofdschuddend toe. Hij moest lachen toen Thor - toen iedereen op de grond lag - direct de jurk uitdeed. Hij gooide grinnikend de klerenbuidel die ze hadden meegenomen naar hem toe. Nadat beiden zich verkleed hadden, reisden ze weer naar Asgaard, met Mjölnir stevig in de handen van Thor.


dinsdag 29 september 2015

Thor en Jormungandr

De goden (Asen) hadden wel zin in een feestje. Daarom zochten ze iemand die het feest wel wilde geven, want ze wilden het liever niet in hun paleis (Asgaard) vieren. Daar waren ze immers altijd al.
Ze gingen stad en land af en uiteindelijk vond Thor wel iemand die het wilde. De oceaanreus Aegir en zijn vrouw, de zeegodin Rán. Toch kwam Aegir met een verzoek: ze hadden geen ketel die groot genoeg was om genoeg mede te maken voor alle gasten.

Thor dacht even na. Dat was inderdaad een probleem want hij wist dat de Asen wel van een glaasje hielden. En dat bleef vaak ook niet bij één enkel glas. Daarom maakte hij met Aegir en Rán een deal. Hij zorgde voor een ketel die groot genoeg was, zij zorgden voor het feest. En zo had Thor een plekje gevonden voor het feest. Nu alleen nog een ketel.

De goden wisten dat er maar één persoon op de hele wereld een ketel had die groot genoeg was voor dit feest en dat was de ketel van Hymir. Daarom stuurden de Asen Thor weer op weg, dit keer om met die reus te overleggen. Thor stond er namelijk om bekend dat hij goed met reuzen overweg kon. Niet alle reuzen waren zo vriendelijk als Aegir en de meesten stonden bekend om hun onvriendelijkheid. Toch gaat Thor op weg.

Aangekomen bij Hymir kondigt hij netjes zijn bezoek aan. De reus schrikt even als hij merkt wie er op bezoek is, maar slacht dan drie hele stieren als feestbanket. Hij kent de verhalen over de hongerige Thor en wil deze koste wat kost niet boos hebben. Hij kent de verhalen over Thor en zijn hamer, Mjölnir. Nee, bedenkt hij zich, hij wil Thor liever aan zijn kant hebben.

Na de stieren gebraden te hebben boven een mooi vuurtje, nodigt hij Thor uit aan tafel. Beiden gaan zitten en beginnen dan te eten. Hymir kijkt zijn ogen uit: Thor eet zelf twee hele stieren op! Hij had gedacht dat de verhalen misschien wel mee zouden vallen, maar nu zag hij het met eigen ogen. Twee volledige stieren... Zelf eet hij de andere op, maar in zijn achterhoofd vraagt hij zich af hoe lang Thor zou blijven. Zoveel stieren had hij nu ook niet. Daarom bedenkt hij een plannetje.

"Zeg Thor," zegt hij nadat de maaltijd is afgelopen. "Heb je zin om morgen te gaan vissen? Ik weet nog wel een mooi plekje en dan kunnen we morgen lekker vis eten!"
"Dat lijkt me een mooi plan, Hymir." antwoord Thor.
"Regel jij het aas?" vraagt Hymir dan aan Thor. In zijn achterhoofd ziet hij Thor al zoeken naar wormen op de grond.
"Geen probleem, hoor. Maakt het nog uit wat voor aas het is?"
"Nee, de vissen bijten meestal toch wel."


Die ochtend is Hymir vroeg uit bed. Hij zit buiten op zijn veranda te wachten totdat Thor begint met het zoeken naar aas. Ze hadden gisteravond afgesproken dat ze een uur na zonsopgang zouden vertrekken, dus hij zou nu toch wel moeten beginnen, dacht Hymir.
Opeens ging de deur open en een slaperige Thor komt naar buiten strompelen.
"Heb je wat ontbijt voor me?" vraagt hij.
"Natuurlijk," antwoord Hymir, "Maar vergeet je het aas voor het vissen niet?"
"Nee hoor, dat komt helemaal goed."

Tien minuten voordat ze gaan vissen zitten beide heren nog aan de tafel. Hymir verontschuldigd zich en gaat dan de hengels halen. Thor staat op, pakt Mjölnir in zijn hand en loopt naar de stal waar de stieren van Hymir staan. Daar kijkt hij rond en ziet drie grote, volwassen stieren lopen. Hij pakt die drie vast en slaat hun hoofd er af. Zo, zo denkt hij, aas voor bij het vissen.
Als Hymir dit ziet wordt hij zowel bang van Thor als boos op hem. Dat zijn wel zijn eigen stieren!

Toch gaan ze het water in. Hymir staat achterop de boot en Thor voorop en ze roeien naar een mooie plek.
"Laat het anker maar zinken," roept Hymir opeens. "Dit is mijn favoriete visplekje!"
Thor gooit het anker overboord en ziet hoe Hymir zijn hengel uitwerpt.
Na enkele minuten heeft hij beet. De hele boot wordt meters meegesleurd door het dier maar het anker zit goed vast. Tien minuten later is de vis doodop en geeft op: Hymir haalt de lijn in, pakt de vis - wat een walvis blijkt te zijn - bij zijn staart en legt deze in het schip. Trots kijkt hij naar Thor. Die geeft geen krimp.

Boos werpt Hymir nogmaals zijn hengel uit. Hij zal Thor toch echt eens onder de indruk krijgen. Bij de maaltijd van de dag ervoor dacht hij dat Thor al blij zou zijn met het braden van drie stieren. Zoveel at hij zelf in een paar maanden! Maar Thor at alles gewoon op. En nu, met de gevangen walvis... Hymir werd bozer en bozer. Hij merkte dat hij weer beet had en keek Thor even strak aan. Die zat rustig voorin de boot en keek onverschillig voor zich uit.
"Kijk, Thor," zei Hymir, "Ik heb alweer beet. Eens kijken hoe groot deze is!"

Hij haalde de lijn sneller in dan ooit en pakte het dier bij zijn staart vast. De walvis probeerde zich los te wrikken, maar Hymir hield vol. Moe gestreden legde Hymir het beest bij de ander in de boot, die nu toch al propvol was.
Toch liet Thor niets blijken.

"Ga jij ook nog vissen?" vraagt hij Thor uiteindelijk.
Thor haalt zijn schouders op, gaat staan en pakt zijn hengel. Als aas pakt hij nonchalant één van de hoofden van de stieren en gooit de lijn uit. Enkele tellen later heeft hij beet... en hoe!
De boot wordt als een speer meegetrokken door het dier en zelfs het anker geeft mee. Hymir schrikt ervan, maar houdt vast. Beide gevangen walvissen had hij ondertussen aan de boot vastgemaakt.
Na tien minuten heeft Thor nog steeds de vis aan zijn hengel en de vis blijft zwemmen. Hij geeft niet op! Hymir wordt er bang van: welke vis is na tien minuten nog steeds niet moe?

Thor en de Midgaardslang, E. Doepler (1905)
(bron: wikipedia)

Opeens hoort Hymir Thor zuchten. Hij ziet hoe deze zich schrap zet in de boot, waardoor de boot ineens stil komt te liggen in het water. Thor zet beide benen nogmaals goed neer en Hymir merkt dat daardoor de boot zelfs water maakt. Het is alsof Thor met zijn benen de bodem van de zee heeft bereikt!
Opeens ziet hij de vis ook bovenkomen. Vanuit zijn ooghoeken merkt hij dat de vis zeker geen kleintje is. Hij wordt nog banger. Dat is... dat is... Jormungandr! De waterslang die de hele wereld omringt! Thor heeft de zoon van Loki en Angrboda gevangen!

Hij ziet hoe Thor zijn hamer pakt en tegelijkertijd het touw steeds dichter naar zich toe trekt. Hymir is zo bang dat hij niet eens doorheeft wat hij daarna doet: In paniek loopt hij met zijn mes naar Thor toe en snijdt het touw door. Daardoor is Jormungandr vrij. De boot gaat weer rustig liggen en er sijpelt meer en meer water door de boot.

Thor is woedend.
"Waarom deed je dat?" schreeuwde hij. "Ik had hem!"
Boos gaf Thor Hymir een tik waardoor hij overboord sloeg.
Thor roeide snel naar de kant, pakte de beide walvissen in zijn ene hand en de gevonden ketel in de andere en ging boos terug naar de Asen, Daar hadden de goden het feest bij Aegir en Rán.

--
In de Edda staan twee verhalen over Thor en Hymir. In het ene verhaal komen beide heren weer aan land, in de andere doodt Thor Hymir. Kies je eigen einde.

zondag 27 september 2015

#Boekperweek 19

Het 36e en 37e boek zijn ditmaal aan de beurt. Deze weken ben ik teruggegaan naar de Harry Potter-serie. Binnenkort is er een HP-Marathon, waarbij alle acht de films in één weekend teruggekeken worden. Daar doe ik aan mee, dus via een forum ben ik met zo'n twaalfhonderd mensen wereldwijd verbonden om ze allemaal op een van tevoren bepaald moment te starten.
Om toch weer even in het verhaal te komen ben ik de serie aan het herlezen zodat we lekker kunnen starten.

Harry Potter en de Steen der Wijzen
JK Rowling

Het eerste deel van de serie is direct ook één van mijn favorieten: Harry begint bij zijn oom en tante en je ziet hoe hij van een verlegen, eenzame knaap veranderd in een jongen die meer vertrouwen krijgt en daarnaast ook een vriendengroep krijgt. We leren de personage's goed kennen: Harry, zijn oom, tante en neefje, Ron, Hermelien en de anderen... allemaal leuke karakters.
Het verhaal is ook redelijk bekend: Harry krijgt te horen dat hij een tovenaar is en leert dat zijn ouders ook tovenaars worden. Hij mag naar Zweinstein, een school om magie te leren. Daar leert hij Ron en Hermelien kennen en komt hij er achter dat hij één van de meest bekende mensen is. En dat allemaal zonder dat hij er van wist!

Hij komt als buitenstaander - zoals wij dus ook waren - in deze wereld terecht en leert - wederom zoals de lezers - hoe alles gaat in deze wereld. De Wegisweg, Perron 9 3/4, magie... alles is nieuw voor Harry en 'gewoon' voor de anderen. En Rowling neemt je gewoon mee deze wereld in.

Het boek kwam uit in 1998 (NL) In eerste instantie heb ik het boek laten liggen, maar in 2001 ben ik begonnen met de serie, waarna ik al snel alle boeken las en wachtte op de release van de laatste delen. Het neemt je mee in een magische wereld waar ik maar geen genoeg van kon krijgen.


Harry Potter en de Vuurbeker
JK Rowling

Deel vier van de serie is ook zo'n bijzonder boek omdat je leert dat er ook andere magische scholen zijn: niet alleen Zweinstein maar ook Beauxbatons en Klammfels zijn scholen voor magie. Dit allemaal voor het Toverschool Toernooi: een reeks opdrachten waaraan van iedere school slechts één leerling van mag meedoen. Namens Zweinstein doet Carlo mee en Fleur en Viktor doen namens de andere scholen mee.

Maar wanneer er ook een vierde deelnemer wordt getrokken door de Vuurbeker, staat iedereen raar te kijken. Er doen immers maar drie scholen mee! Toch mag deze vierde kandidaat - dat is natuurlijk Harry - ook meedoen. Daardoor is Ron nogal jaloers en de twee hebben ruzie. Gelukkig wordt het aan het einde wel weer goed gemaakt.
Dit boek heeft wel een bijzonder einde (waar ik natuurlijk niets over verspil voor hen die het nog willen lezen) waardoor de andere boeken ineens nog spannender gaan worden.

Dit vierde boek gaat over het vierde jaar van Harry op Zweinstein en is één van de leukere boeken van de serie.

dinsdag 22 september 2015

De Dood van Baldr

Baldr was een van de goden die het meest geliefd was onder de Noorse goden. Zijn ouders - Odin, de oppergod en Frigg - hadden hem altijd alles geschonken wat hij wilde en Baldr zelf zorgde voor licht op de aarde. Hij was aardig, vrolijk en moedig en hielp eenieder die naar hem toe ging.
Toen op een dag hij dus bijzondere dromen kreeg, vertelde hij die direct aan zijn vader. Hij zou worden vermoord, zo was het in zijn droom.
Zijn vader overlegde met de andere goden en al gauw besloot de godenraad dat er iets moest gebeuren. De droom zou niet uit mogen komen: iedereen hield immers van Baldr.

Odin besloot geen moment te wachten en ging te paard op weg naar een voorspeller wier voorspellingen altijd uit kwamen. Er was echter één klein probleem: de zieneres was al gestorven. Daarom nam Odin een vermomming aan en kwam zo aan in het dodenrijk.
Er werd een groot feest voorbereid en Odin zocht de zieneres tussen de massa's mensen. Na haar eenmaal gevonden te hebben, vroeg hij haar naar de reden van dit feest.
"Weet je dan niet dat de eregast niemand minder dan Baldr is?" antwoordde ze hem. Ze ratelde daarna door over de reden van zijn dood om daarna tot haar schrik te bemerken dat de vreemde niemand minder dan Odin was.

Odin huilde en reed terug naar het paleis. Nu de waarzegster de droom als waar had bestempeld, wist hij zeker dat zijn zoon vermoord zou worden. In het paleis vertelde hij de andere goden alles. Iedereen was ontstemt, Baldr was door jan en alleman een graag geziene gast.
Frigg echter legde zich niet zomaar neer bij deze voorspelling. Ze liet alles en iedereen bij zich komen om hen een gelofte af te dwingen: zij zouden haar zoon geen kwaad doen. Alle mensen, dieren, vogels en vissen maakten deze gelofte. Ook stenen, takken, bloemen en planten zworen Baldr geen kwaad te doen. Zo werden Frigg en Odin toch wat gerust gesteld.

Dagen, weken en maanden gingen voorbij en de droom van Baldr werd al gauw vergeten. Sterker nog: nu Baldr nergens meer gewond door kon raken maakten de andere goden er al snel een nieuw spel van. Ze gooiden stenen, speren, pijlen en alles wat ze maar konden vinden zijn kant op, wetende dat het hem geen kwaad kon doen. En Baldr vond het allemaal wel best.

Loki, de onruststoker, is echter niet helemaal blij met de situatie. In een vermomming gaat hij naar Frigg en vraagt haar of ze het niet zielig voor Baldr vindt, nu hij door de andere goden gekleineerd lijkt te worden.
"Nee hoor," antwoord ze, "Hij vindt het zelf wel leuk en er is toch niets dat hem kan deren."
"Echt helemaal niets?" vraagt Loki dan.
"Nee, nou ja... Alleen de maretak heeft de belofte niet gedaan, maar wat kan de kleine maretak doen? Dat is het teken van liefde en vruchtbaarheid!"

Met deze kennis op zak ging Loki op pad. Hij zocht een maretak die hij in een pijl kon laten veranderen. Na een mooie pijl gemaakt te hebben met een flink scherpe punt, zocht hij iemand die zijn plan zou uitvoeren. Opeens ging er bij hem een lichtje branden, hij had zijn slachtoffer gevonden.

Op de plaats waar de goden ook deze dag Baldr aan het bekogelen waren had iedereen het naar zijn zin. Er was lol, drank en vermaak doordat Baldr helemaal nergens gewond door raakte. Zelfs de grootste stenen deden hem geen pijn. Ook Hodur, Baldrs' broer, was aanwezig. Hij deed minder mee met de pret, omdat hij blind was.
Opeens stond Loki - in vermomming uiteraard - naast hem en gaf hem een pijl en boog. Een mooie boog en een nog specialere pijl.
"He Hodur," zei hij, "zou je niet eens willen meedoen?"
"Natuurlijk wel," antwoordde hij, "maar ik kan niets zien. Straks raak ik de verkeerde!"
"Geen nood. Ik help je wel."

Zo hielp Loki Hodur met het spannen van de boog en liet hem mikken op zijn broer.
"Schiet maar als ik het zeg," zei hij terwijl hij zich uit de voeten maakte. "Nu!" riep hij.

"Baldurs Death" door C.W. Eckersberg (1817)
Bron: norse-mythology.org 

De pijl schoot door de lucht en raakte Baldr in zijn borst. Op het eerste gezicht lachte iedereen toen Baldr neerviel. Hij zou vast weer een mooi toneelstukje opvoeren. Maar toen hij na enkele tellen nog niet opstond, en er zelfs bloed zichtbaar was, schrok iedereen.

Frigg en Odin zijn diep bedroefd maar proberen toch een manier te vinden om Baldr in het Walhalla te krijgen. Nu hij namelijk niet op het slagveld, maar op een andere manier gestorven is, zal hij nooit naar de eeuwige jachtvelden kunnen. Daarom vragen ze Hermod of hij naar Hel wil gaan in de onderwereld en haar wil vragen of ze Baldr naar Walhalla wil sturen.

Daar aangekomen ziet Hermod Baldr naast Hel zitten. Hij blijft een nacht bij hen en vraagt tenslotte of Hel misschien Baldr naar Walhalla wil sturen.
"Alleen als iedereen op aarde, alle levende wezens, rouwen om zijn sterven zal ik hem daarheen zenden."
Hermod snelt terug naar Asgaard en geeft het bericht door aan de goden. Zij, op hun beurt, geven dit bericht door aan vele snelle boodschappers. De hele aarde is in rouw. Of...

Er is één reuzin die weigert te rouwen. Een vermomming van Loki, die daarmee dus weer iedereen dwars zit.

Een paar dagen later wordt Baldr volgens de traditie in een schip gelegd die de zee op wordt geduwd. Daar wordt deze in de brand gestoken. Nanna, de vrouw van Baldr, is zo bedroefd dat ze met hem mee is gegaan in de boot.

Dat is het einde van Baldr en zijn vrouw, Nanna.

dinsdag 15 september 2015

Māui en de Reusachtige Vis

Māui droomde al jaren van de dag dat zijn broers hem mee zouden nemen om te vissen. Elke dag, toen zij terug kwamen van de zee, hun kano's het land optrokken, de vangst van de dag meenamen en later de lijnen weer maakten, was Māui daarbij. Hij vroeg hen steeds of hij de volgende dag met hen mee zou mogen.
Zijn broers hadden daar weinig zin in en gaven elke dag weer andere smoesjes: "Nee, je bent nog veel te jong om mee te gaan." of "We hebben alle ruimte nodig in onze waka (kano) voor de vissen die we vangen."
Zijn oudste broer deed daar zelfs nog een schepje bovenop: "Jij bent zo klein en dun dat we je mogelijk aanzien als aas en dan gooien we je zomaar overboord als voer voor de vissen!" "Ik hoef echt maar een heel klein stukje om in de boot te zitten en ik zal verder jullie niet in de weg zitten! Dat beloof ik!" riep Māui wanhopig als antwoord. Maar zijn broers wilden hem alsnog niet mee hebben.

Māui werd daarna boos en zocht naar een manier om wraak te nemen. "Ik zal zelf wel gaan vissen en ik zal ze wel laten zien hoe goed ik kan vissen!"
In het geheim dacht hij na over een plan. Hij zou zijn broers laten zien dat ze het fout hadden. Dat hij echt wel een goede visser was. Die nacht, toen hij alleen was, begon hij een touw te weven. Hij had nog wat vlas liggen en maakte daar een sterke vislijn van. Terwijl hij daarmee bezig was murmelde hij in zichzelf een spreuk op om zijn lijn extra sterk te maken.
Toen hij de lijn af had, nam hij het kaakbeen - dat hij gekregen had van zijn oude voorvader Murirangawhenua - en bond deze vast aan zijn lijn. Daarna verstopte hij zich in de waka van zijn broers.

Een groep kinderen leert roeien op een waka
(Bron: Wikipedia)


Toen zijn broers die ochtend de kano optilden merkten ze dat er iets anders was. "De kano is een stuk zwaarder," zei de ene, "Weet je zeker dat jullie daar goed mee tillen?"
"Ik denk dat je teveel gegeten hebt!" lachte een ander.
"Doe niet zo moeilijk en doe gewoon je werk. Tillen!" zei de oudste broer.
Zo namen ze de waka mee naar het water, zonder te merken dat Māui in de boot verstopt zat. Ze vaarden langzaam weg en pas op het moment dat het anker werd neergelaten liet Māui zich pas zien. Op dat moment waren ze toch al veel te ver van het land verwijderd om nog terug te kunnen.

Zijn broers schrokken en waren erg verbaasd. "Wat doe jij hier?" Vroegen ze hem. "Je hebt ons laten schrikken,joh!" "Logisch dat we nog niets gevangen hebben," grapte een ander.
Toch waren zijn broers vooral boos. Māui had niet naar hen geluisterd. Toen nam Māui zelf het woord:

"Ik ben hier om te vissen, want Murirangawhenua zei dat ik een grote visser zou worden. Gooi jullie lijnen maar uit terwijl ik mijn karakia (bezwering) uitspreek en daarna zullen jullie meer vis vangen dan ooit tevoren!" Māui begon daarna zijn bezwering uit te spreken.

Zijn broers gooiden hun lijnen uit en vissen begonnen direct te bijten. Eén voor één hengelden ze de vissen binnen en de waka werd steeds voller met vis. De gezichten van de broers lichtten op: ze waren blij met hun vangst. "We zijn de beste vissers die er ooit geleefd hebben!" sloegen ze elkaar op de schouders.

"Nu is het mijn beurt om te vissen!" zei Māui opeens. De broers haalden hun hengels in en keken afwachtend naar hun jongste broer. Hij pakte zijn vislijn uit zijn tas en de broers begonnen te gniffelen. "Moet je dat eens zien! Je hebt mazzel als je alleen al een stukje zeewier vangt met die hengel!"
"Of misschien een stukje drijfhout om terug te gaan naar huis!" Zijn broers lachten maar door.

Māui luisterde niet naar zijn broers, maar sprak een bezwering en stond klaar om te vissen. "Mag ik misschien een beetje aas?" vroeg hij, maar zijn broers lachten te hard om hem te kunnen horen. Uit boosheid sloeg hij zichzelf op zijn neus, die spontaan begon te bloeden. Daardoor kreeg Māui een idee. Hij pakte zijn haak en liet het bloed er rijkelijk overheen stromen.
Daarna stond hij op, wierp zijn lijn uit en liet de haak dieper dan ooit zakken, tot in het rijk van Tangaroa, waar hij direct merkte dat hij beet had.

Zijn lijn stond direct helemaal strak en zijn broers stopten direct met lachen. Sterker nog, ze bukten om de rand van de kano vast te houden aangezien de kano sneller en sneller vooruit begon te varen.
"Knip de lijn door!" riep één van zijn broers, de angst duidelijk hoorbaar in zijn stem.
"We zullen verdrinken!" riep een ander. "Māui, alsjeblieft: knip de lijn door!"

Maar Māui hield vol en langzaam, beetje voor beetje, werd de gigantische vis naar het oppervlak getrokken. De broers beefden van angst toen de grote vis boven hun kano uit torende.
"Dit is de vis die onze grootmoeder, Murirangawhenua, aan ons beloofd heeft," zei Māui, "Bewaak onze vangst en dan ben ik zo terug met onze mensen."

De broers beloofden om te blijven terwijl Māui terug naar de kust ging. De broers begonnen echter al snel delen van de gigantische vis voor zichzelf te claimen door er stukken van af te snijden.

Toen Māui terugkwam waren de mensen overdonderd om zo'n grote vis te zien. "Jij bent duidelijk de beste visser die er ooit is geweest!" zeiden ze tegen hem.
Terwijl ze steeds dichterbij kwamen zagen ze ook dat de broers nog steeds aan het bekvechten waren over welke delen van de vis hen hen waren. Ook de mensen zagen hen voor de hebberige broers die ze waren. Ze waren zelfs zo hebberig dat ze heuvels, bergen en dalen uit de vis hadden gesneden om voor zichzelf te houden.

Honderden jaren later werden deze heuvels, bergen en dalen bewoond door allerlei soorten dieren, planten en bomen. Het werd onderdeel van Aotearoa (Nieuw Zeeland) zoals we het nu kennen. Vogels, vissen, landdieren en mensen leefden op het land dat ooit de gigantische vis, want nu het noordereiland heet. Het zuidereiland is de kano waarmee Māui deze vis gevangen heeft.

En dat is het verhaal over hoe Māui de gigantische vis heeft gevangen.

zondag 13 september 2015

#Boekperweek 18

We vliegen door de reeks met boeken heen, zeker de afgelopen twee weken. De scholen zijn weer begonnen en daardoor zou je denken dat ik dus minder tijd heb om te lezen, maar niets is minder waar. Deze week staan boek nummer 34 en 35 op het programma.

Magiër
Raymond E. Feist

Dit boek herlees ik bijna jaarlijks omdat het één van de eerste fantasy-boeken was die ik las. Daardoor kreeg ik - naast hernieuwd plezier om te lezen - een geheel nieuw genre waarin ik momenteel honderden boeken gelezen heb, waaronder al de boeken van deze auteur. En dat lezen blijf ik ook doen!

Het boek gaat over Puc, een wees, die een opleiding krijgt van de hofmagiër van het hof van Schreiborg. Ook gaat het over Tomas, zijn vriend, die klaargestoomd wordt om soldaat te worden.
Op een dag, wanneer Puc uit rijden is met de dochter van de hertog, komen ze twee trollen tegen. Met meer geluk dan wijsheid verslaat Puc deze, waarna hij een held wordt. Hij mag zich Jonker van Schreiborg noemen en krijgt zo, min of meer, een familie.
Ondertussen zijn er vreemde mensen gesignaleerd op Midkemia, de wereld waarop ze leven. Deze mensen lijken buitenwerelds te zijn, maar wat hun plannen zijn...

Raymond E. Feist neemt je in dit boek echt mee naar de werelden van Midkemia en Kelewan. Zijn beschrijvingen geven mij een bijzonder inkijkje en de manier waarop hij schrijft geeft extra reden om door te blijven lezen. Ook al is het diep in de nacht...

The Tudors: De koning, de koningin en de maîtresse
Anne Gracie en Michael Hirst

Deze serie is geschreven omdat de tv-serie een succes is geworden. Het gaat daarom ook echt over een 'herbeleving' van de serie, waarin je niet moet verwachten dat het boek supergoed is.

De titel van het boek zegt al wat over de hoofdpersonen: De koning is Henry VIII, de koningin is Katherine van Aragón en de maîtresse is lady Anne Boleyn. Daar waar de koningin Henry mogelijk geen nakomelingen kan geven - zeker na zoveel miskramen - zoekt hij wel naar een troonopvolger. En daarmee komt Anne in de spotlights.
Tegelijkertijd is kardinaal Wolsey achter de schermen bezig om alles is goede aarde te laten belandden: want een koning kan niet zomaar scheiden van zijn vrouw. Althans, dat zijn de regels van de paus. Maar moeten ze daar naar luisteren?

dinsdag 8 september 2015

Hoe Māui de wereld vuur bracht

's Avonds, na een heerlijke maaltijd, lag Māui naast het vuur. Hij staarde naar de dansende vlammen en vroeg zich af waar het vuur vandaan kwam. Nieuwsgierig als hij was besloot hij al gauw dat het zijn taak was om hierachter te komen.
Die nacht sloop hij bij alle dorpjes om daar het vuur te doven. Het kostte even tijd, maar na hard werken - en vooral hard lopen - had hij alle vuurtjes gedoofd in heel het land. Hij ging snel weer terug naar zijn dorpje en wachtte af.

De volgende morgen was er een chaos in het dorp. "Hoe kunnen we ons ontbijt maken als er geen vuur is?" riep een wanhopige moeder. "Hoe blijven we 's avonds en 's nachts warm?" riep een ander. 
"We kunnen niet zonder vuur! Wat moeten we nu?" jammerde een derde tegen de mensen om hem heen.
De mensen uit het dorp waren erg bang en renden naar Taranga, hun dorpoudste, om het problem op te lossen.

Taranga dacht diep na en sprak daarna: "Iemand zal naar de goede godin Mahuika moeten gaan en haar om vuur vragen." 
Niemand uit het dorp wilde dat graag doen. Mahuika woonde op een berg waar de hitte ondragelijk was. Toch kwam er iemand naar voren: Māui wilde wel op pad naar Mahuika. Hij was blij dat zijn plannetje had gewerkt.

"Ik zal de goede godin Mahuika opzoeken en haar vragen om vuur." zei hij tegen zijn moeder. "Wees voorzichtig," antwoordde zij, "Ook al ben je een nakomeling van de goden, geen enkele god is blij als je haar bedriegt."

Māui liep naar de grote gloeiende berg aan het einde van de wereld volgens de instructies die zijn moeder aan hem gaf. De berg was gloeiend rood, als kolen, en aan de mond van de berg zag Māui een opening. Voordat hij echter naar binnen ging, fluisterde hij nog een beschermende bezwering om zichzelf te beschermen voor wat er binnen zou zijn. Maar niets kon hem beschermen voor wat hij zag toen hij de berg binnenging.

Mahuika, de godin, torende boven hem uit. Vuur kwam uit elke porie van haar lichaam, haar haren waren een massa vlammen, haar armen waren enorm met vurige nagels en er zaten zwarte gaten waar haar ogen zouden moeten zitten. Ze snoof de lucht op en sprak: "Welk sterfelijk wezen durft voet te zetten in mijn huis?"

Māui slikte even maar herpakte zich daarna al vrij snel: "Ik ben het, Māui, zoon van Taranga."
"Huh?" donderde het door de grot, "Māui, zoon van Taranga?"
"Ja! De jongste, Māui-tikitiki-a-Taranga."
"Oké dan, Māui, welkom, welkom op de plek van vuur, welkom mijn kleinkind."

Mahuika stapte dichter naar Māui toe, snoof nog eens diep om zijn lichaamsgeur op te vangen. Māui stond stokstijf stil, ook al was de hitte die van Mahuika afkwam ondragelijk.
"Waarom ben je hier gekomen, Māui-tikitiki-a-Taranga?" vroeg ze uiteindelijk.
Māui begon vlug te spreken: "De vuren in de wereld zijn uit gegaan en daarom kom ik naar u om te vragen om vuur." Mahuika luisterde aandachtig en begon daarna te lachen. Ze trok een nagel van één van haar brandende vingers en gaf het hem.
"Neem dit vuur mee als cadeau voor de mensen. Eer dit vuur zoals je mij ook eert."
Daarna vertrok Māui met de brandende nagel, op weg naar huis.

Terwijl hij echter liep dacht hij ook na. Wat zou er gebeuren als Mahuika geen vuur meer heeft. Waar zal zij dat dan vandaan krijgen... In gedachten verzonken struikelde hij over een steen en liet het vuur vallen in een beekje. Daar doofde het, maar een plan vlamde op in zijn hoofd.

(Bron: Wikipedia)


Snel rende hij terug naar de grot waar Mahuika woonde. "Ik ben gevallen en het vuur viel in een beekje," ratelde hij, nadat Mahuika hem had begroet. "Zou ik misschien nieuw vuur mee kunnen krijgen?"
Mahuika was in een goede bui. Ze had lange tijd niet met iemand gesproken en Māui was iemand die ze wel aardig vond. Natuurlijk gaf ze hem dan ook nog een brandende nagel, en Māui ging weer onderweg.

Dit keer gooide hij de vlam in het water van een rivier en wachtte even alvorens weer terug te gaan naar de godin. "Een vis sprong omhoog en doofde de vlam met het water toen hij in het water dook."
Mahuika gaf hem nog een nagel, niet beseffend dat ze bedrogen werd.

Dit ging zo door totdat Mahuika al haar vingernagels had afgegeven en zelfs al wat teennagels kwijt was. Toen Māui terugkwam voor een nieuwe was ze furieus. Ze wist dat hij haar in het ootje had genomen en gooide de brandende teennagel op de grond.

Direct was Māui omringd door vuur en rende weg uit de grot.
Hij veranderde zichzelf in een havik en vluchtte de lucht in, maar het vuur volgde hem en brandde de veren, zodat ze vuurrood werden. 
Daarna dook hij in een rivier hopend en verwachtend dat het koele water het vuur wel zou doven. Niets was minder waar: het vuur zorgde het voor dat het water kookte!

Māui was nu radeloos. Hij riep zijn voorvader te hulp: "Tāwhirimātea atua o ngā hau e whā, āwhinatia mai!" (God van de wind, help mij alstublieft!)

Op dat moment verzamelde een groep wolken zich boven hem en een hoosbui doofde de vele vlammen. De berg van Mahuika was niet langer roodgloeiend, zoveel water viel er.
Ook al had Mahuika veel van haar krachten verloren, toch gaf ze nog niet op. Ze pakte haar allerlaatste nagel en gooide deze naar Māui met de hoop om hem daarmee alsnog te raken.
Māui zag de nagel echter komen en dook net op tijd weg, waardoor de nagel in een paar bomen terecht kwam. De Mahoe, Tōtara, Patete, Pukatea en de Kaikōmako boom werden hierdoor geraakt en hielden het vuur in zich. Zij zagen het als een groot compliment dat zij het laatste vuur van Mahuika mochten dragen.

Toen Māui terugkwam in zijn dorp had hij geen vuur bij zich, zoals de bewoners gedacht hadden. In plaats daarvan nam hij droog hout mee van de Kaikōmako en leerde hen om de droge stokjes tegen elkaar te wrijven en op die manier zelf vuur te kunnen maken. De mensen waren daarna weer blij: ze konden weer eten maken en hadden weer 's avonds en 's nachts vuur om warm te blijven.

Māui leerde zo waar vuur vandaan kwam, ook al betaalde hij het bijna met zijn eigen leven. Tot op de dag van vandaag hebben veren van de Kahu, een havik die zijn oorsprong kent in Nieuw Zeeland, een rood getipt uiteinde als herinnering aan deze gebeurtenis en om te laten zien hoe dicht Māui bij zijn dood was.

woensdag 2 september 2015

Týr en Fenrir

Angrboda was een kwaadaardige heks die Loki verleidde. Samen kregen ze drie monsterkinderen: Jormungandr, de slang die Midgaard omringde, Fenrir, over wie onderstaand verhaal gaat en Hel, de godin van de dood. Een pittig stelletje denk ik, zeker omdat over alledrie meerdere mythen bestaan. Alledrie zijn ook door de Asen verbannen uit Asgaard en mogen er geen stap meer binnenzetten.

Fenrir was nog een 'lieve' en kleine wolfspup toen Loki hem meenam naar Asgaard waar hij bij de goden (Asen) kwam te wonen. Lief is misschien wat overdreven, maar zo zag Loki hem wel.
De Asen kwamen geregeld bijeen en kregen keer op keer voorspellingen dat Fenrir een groot probleem zou vormen en mogelijk zelfs het einde van de wereld zou kunnen betekenen. Loki bestreed dit natuurlijk.

Ondertussen veranderde Fenrir in een steeds groter wordende wolf. Hij was kwaadaardig en vals en had bovendien ook nog eens de sluwheid van zijn vader geërfd. Daardoor was hij in de positie om zelfs de Asen te bedreigen en zij waren doodsbang van hem. Ze wilden hem uit Asgaard verbannen.
Daarom bedachten de goden een list. Ze maakten een ketting en deden deze om de hals van Fenrir. Fenrir wist hoe sterk hij was en zag het als een uitdaging, zeker ook nadat de Asen tegen hem zeiden dat het een spel was. Deze ketting brak hij al gauw.
De Asen klapten beleefd en zeiden tegen Fenrir dat hij dat al snel gedaan had, maar dat ze de dag daarna met een nieuwe ketting zouden komen. Fenrir vond het geen probleem: hij hield wel van een uitdaging.
De volgende dag kwamen ze weer aan en Fenrir wachtte geduldig tot ze de ketting om zijn nek hadden gedaan. Hij zou hen wel laten zien wat hij kon. De goden daagden hem daarna uit door te zeggen dat hij beroemd zou worden als de ketting zou breken. En, ook al moest Fenrir beter zijn best doen dan de dag ervoor, opnieuw brak hij de ketting.

Fenrir wordt vastgebonden
bron: wikipedia


De Asen werden nu bang: ze vreesden dat ze hem nooit zouden kunnen beteugelen. Daarom stuurden ze een boodschapper naar de nachtelven met de opdracht voor hen de sterkste ketting ooit te maken. Deze elven gingen aan de slag en maakten Gleipnir: een ketting zo zacht en slank dat het wel een zijden touw leek. De ingrediënten zijn ook al zo bijzonder en zijn sindsdien nooit meer samen gebruikt. Het was gemaakt van:
- De ademhaling van een vis;
- De baard van een vrouw;
- De wortels van een berg;
- Het speeksel van een vogel;
- De voetstap van een kat;
- De pezen van een beer.
Allemaal al bijzondere ingrediënten, maar samen vormden ze de bijzondere ketting die ze Gleipnir noemden.

De dag dat de ketting bezorgd werd riepen  de Asen Fenrir weer naar zich toe. Dit keer waren de Asen allemaal bij het eilandje Lyngvi in het meer Ámsvartnir. Fenrir rook onraad bij deze uitdaging, dus besloot met een tegenuitdaging te komen: Terwijl hij zichzelf los zou maken van de ketting moest iemand zijn hand in zijn bek houden.

De goden waren allemaal bang. Wie durfde dat bewust te doen? Die persoon zou, als de ketting zou werken, zijn hand zeker kwijtraken aan het dier. Toch stond er één man al gauw op: Týr, de god van de gerechtigheid stapte al naar Fenrir toe. Hij stak zijn hand in de bek van de reusachtige wolf en daarop liet Fenrir zich de nieuwe ketting omdoen.

Fenrir lachte de Asen toe en verzekerde hen dat hij ook hieruit wel zou ontsnappen. Daarna zou hij bekend staan als de allersterkste van de goden! Hij probeerde zich los te krijgen, maar hoe harder hij wrong, hoe sterker het koord werd en hij zich niet meer kon bevrijden. Uit woede beet hij de hand van Týr af. Deze liep snel weg en liet zich helpen door de andere goden. Deze waren zeer tevreden en blij: eindelijk hadden ze Fenrir te pakken.
Toen de wolf daarna ook nog naar hen zat te happen, pakte één van hen nog een zwaard en stak deze door de bek van Fenrir. Daardoor kon hij niet meer bijten en door zijn gekwijl ontstond ook nog eens de rivier Ván.

---

Dit verhaal komt uit de Noorse mythologie. Ik heb het gehaald uit de Jongere Edda, van Snorri Sturluson

zondag 30 augustus 2015

#Boekperweek 17

We vliegen door met de volgende twee boeken, nummer 32 en 33.

The Art of War
Sun Tzu


Een van de boeken die in mijn huidige cursussen als aanrader beschreven staat is dit eeuwenoude boek waarin generaal Sun Tzu zijn wijsheden doorgeeft. Tegelijkertijd wordt dit boek op dit moment nog steeds gebruikt door verschillende bedrijven wereldwijd en, kijkend naar de inhoud van dit boek, dat is hartstikke logisch.

De lessen uit dit boek hebben ook nu nog steeds zin en inhoud. Ken je vijand, weet wanneer en waar je wel en niet aanvalt en houdt oog op jezelf en je eigen leger. En nu lijkt het dus allemaal over oorlog en vrede te gaan, maar kijk eens verder: je vijand kan net zo goed je concurrent zijn. Let op je eigen bedrijf, weet waar en wanneer je beter kan concurreren met de 'vijand' en ga maar daar maar mee door.

Er zijn enkele lessen die de generaal doorgeeft waar zelfs jij en ik wat aan hebben. Ook al leest het boek niet supersnel weg - het zijn immers lessen en die moest ik wel even op me laten inwerken - toch is het een goede verrijking voor mijzelf.


It's a Kind of Funny Story
Ned Vizzini


Stel dat je vijftien jaar bent en op één van de beste scholen van het land zit. Niets mis mee, toch? Voor Craig is er echter wel iets aan de hand: hij voelt het als een enorme last op zijn schouders. Zelfs zo'n last dat hij zelfmoordneigingen krijgt en dan doet wat voor hem in dit geval het allerbeste is: hij checkt zich in bij het ziekenhuis.

In het ziekenhuis is op dat moment een renovatie bezig, waardoor hij als jongere ineens bij de volwassenen op de afdeling wordt gezet. Daar wil hij zijn leven weer op orde krijgen, met de hulp van zijn dokter.
Ook ontmoet hij daar Noelle, een meisje dat net als hij problemen heeft. Door haar en de anderen merkt hij dat zijn problemen nog wel meevallen.
Dit boek is ook verfilmd onder dezelfde naam, mocht je interesse hebben.

woensdag 26 augustus 2015

Māui en de zon

Op een avond waren Māui en zijn broers bezig om het eten klaar te maken. Ze hadden een gat gegraven in de grond en waren net klaar om de kolen in het gat te laten zakken toen de zon al onder ging. Ontdaan door het feit dat ze - alweer - in het donker moesten eten, sprak hij de mensen daar aan:
"Elke dag haasten we ons om al het werk te doen en ons eten te verzamelen voordat het donker wordt. Waarom zouden we slaven van de zon zijn? Ik zal de zon vangen en hem leren om langzamer langs de hemel te gaan!"

Eén van zijn broers begon te lachen en zei: "Het is onmogelijk om de zon te vangen: hij is groter dan alle vogels die je al gevangen hebt."
Een andere broer haakte aan: "De hitte en de vlammen zullen je levend verbranden."
"Ik denk dat hij een zonnesteek heeft opgelopen," zei een derde broer en iedereen schoot in de lach.

Toen het gelach wegzakte, nam Māoi de heilige kaakbeen van zijn voorouders van zijn riem en zwaaide er mee door de lucht.
"Ik heb vele dingen gedaan waarvan jullie zeiden dat het onmogelijk was. Ik heb vuur gehaald van Mahuika, de zonnegod, ik heb de grootste vis gevangen, ik ben in de onderwereld geweest, en nog veel meer. Met dit heilig kaakbeen - aan mij gegeven door onze grootmoeder Muri-ranga-whenua - en met jullie hulp zal ik de zon overwinnen!"

De meerderheid van de mensen gaf toe dat Māui vele bijzondere dingen gedaan had en besloten hem te gaan helpen in zijn missie.

Die ochtend liet Māui zijn stam grote hoeveelheden vlas verzamelen. Hij leerde hen die middag om van vlas touw te maken, een handigheidje dat hij geleerd had in de onderwereld. Zo maakten ze verschillende touwen. Na vijf dagen waren alle touwen gereed en bezweerde Māui de touwen.

"Taura nui, taura roa, taura kaha, taura toa, taura here i a Tamanuiterā, whakamaua kia mau kia ita!"

Tamanuiterā boven het Pukaki-meer in NZ
(eigen foto)

Die nacht namen Māui en zijn broers de touwen mee naar het oosten, de plek waar de zon het vroegst verschijnt. Ze verstopten zich onder bomen en tussen de bosjes zodat de zon hen niet zou zien aankomen. Ze namen water mee in hun waterzakken terwijl ze reisden, want Māui had gezegd dat ze deze nodig hadden voor de komende taak.

Op de twaalfde nacht kwamen Māui en zijn broers aan een klif, een bloedrode put die mijlenver de aarde in leek te zakken. Binnenin die put lag Tamanuiterā, de zon, te slapen. De broers waren stiller dan muizen, doodsbang om wat er zou gebeuren mocht de zon wakker worden.
Māui liet zijn broers direct vier hutten maken aan de zijkanten van de put om de lange touwen te verbergen. Voor de huizen gebruikten ze water om de klei zachter te maken, zodat ze een muur voor zichzelf konden bouwen. Tenslotte liet Māui zijn broers een strop maken die boven de put lag, om net op tijd klaar te zijn. De zon ontwaakte net.

Māui fluisterde de laatste instructies naar zijn broers; "Wanneer Tamanuiterā omhoog komt en zijn hoofd en schouders door de strop heeft, dan roep ik en trekken we allemaal aan de touwen, oké?"

Een van zijn broers werd bang en wilde wegrennen nu hij nog tijd had. "Waarom doen we dit ook alweer?" vroeg een ander. "Waanzin!" riep een derde.
"We zullen levend verbranden! Als we nu weggaan redden we misschien onze levens nog." De broers probeerde weg te sluipen maar Māui zag ze vanuit zijn ooghoeken.
Hij zei: "Als je nu weggaat, ben jij het eerste wat de zon ziet wanneer hij uit de put omhoog komt. Dan ben je de eerste die sterft. We kunnen niet meer terug!"

De broers hadden geen tijd meer om te antwoorden. De zon was wakker geworden en rees op uit de diepe put. Iedereen rende snel terug naar zijn hoek en hield het touw vast, klaar om het aan te trekken wanneer Māui het sein gaf. Ook hij verstopte zich en wachtte af.

Tamanuiterā kwam langzaam uit zijn put omhoog, niet wetend dat er een valstrik op hem te wachten stond. Zijn hoofd ging door de strop en daarna ook zijn schouders. Māui sprong op en riep naar zijn broers: "NU!!"

Zijn broers waren op het eerste ogenblik te bang, maar Māui riep nogmaals: "Snel nu, voordat het te laat is en we levend verbranden!"

Juist op dat moment keek de zon op en zag Māui staan, recht voor hem. De zon was furieus. Hij gooide een vuurbal naar Māui maar deze bukte net op tijd, terwijl hij zijn touw verder aantrok en de bezwering nog eens riep.

"Taura nui, taura roa, taura kaha, taura toa, taura here i a Tamanuiterā, whakamaua kia mau kia ita!"

De broers sprongen op uit hun schuilplaats, pakten hun touwen op en trokken de strop dicht, net voordat Tamanuiterā zichzelf kon bevrijden.

"Aaarrrhh" brulde de woedende zon.

Māui probeerde koel te blijven in de intense hitte van de zon en liep, stapje voor stapje, dichter naar de zon toe. Hij pakte zijn heilige kaakbeen, hief het boven zijn hoofd en sloeg het neer op de zon. De magische krachten van het kaakbeen flitsten als de bliksem toen het de zon raakte.

"Waarom doe je me dit aan?" huilde Tamanuiterā.

"Vanaf nu," antwoordde Māui, "zul je langzamer langs de hemel gaan. Nooit meer zal de lengte van een dag bepaald worden door jou!"

Tamanuiterā probeerde zichzelf los te worstelen, maar opnieuw liet Māui de kracht van het kaakbeen voelen. Na een korte, hevige strijd gaf de zon de strijd op.

Māui instrueerde zijn broers om de touwen los te laten. De zon rees langzaam omhoog de lucht in, moe en verslagen.

De dagen werden daarop langer voor Māui en zijn volk. Ze hadden meer dan genoeg tijd om te vissen, eten te verzamelen en hun taken uit te voeren.
De krachten en vermogens van Māui werden nooit meer in twijfel getrokken: hij was er immers in geslaagd om de zon te temmen. En sinds die dag heeft Tamauiterā niet meer snel langs de hemel gereisd.

---

Dit verhaal komt uit Nieuw Zeeland, het is één van de Māori mythen. Mogelijk zullen er later nog meer verhalen van Māui komen, aangezien deze allemaal wonderlijk zijn.

Zeus en Lycaon

De god Zeus had gehoord dat er op de aarde meer en meer gevochten werd. Dit kon natuurlijk niet - de mensen moesten hem dienen - dus besloot hij een kijkje te nemen.
Hij vertrok naar een man die als tiran bekend stond om met eigen ogen de schade op te nemen. Lycaon, zijn gastheer was de koning van Arcadia: het gebied in het midden van het Griekse schiereiland.

Zeus kondigde zijn aankomst aan, maar Lycaon die was niet overtuigd. 'Hij, een god? Dat zullen we dan wel eens zien.'
Hij besloot een maaltijd te laten maken voor zijn gast - hetgeen gebruikelijk was - maar in plaats van dierenvlees besloot hij menselijk vlees te gebruiken. En dan niet zomaar iemand, hij nam een krijgsgevangene uit de streek Molossia. En laat die streek bekend staan om zijn vele tempels gewijd aan Zeus.
Lycaon bedacht dat als Zeus echt een god zou zijn, hij wel het verschil zou proeven tussen mensen- en dierenvlees. Hij had echter niet rekening gehouden met de mogelijkheid dat Zeus was wie hij zei dat hij was. Zeus nam nog geen hap van het vlees maar keek Lycaon alleen maar aan.

Die avond gaf Lycaon Zeus een kamer in zijn paleis om te overnachten. Ook hierbij had de gastheer een plan: hij wilde Zeus in zijn slaap vermoorden. Dat hij het vlees niet gegeten had... ach, de man zou vast geen honger hebben gehad. Wel raar dat hij wel veel andere dingen at, maar het vlees niet aanraakte.

Met een mes in de aanslag ging Lycaon door de geheime gangen naar de kamer waar Zeus sliep. Daar opende hij zachtjes de geheime deur en sloop naar het bed. Hij haalde diep adem en keek nog eens naar de slapende gestalte. Een duidelijke bobbel, met een borstkas die op en neer ging... ja, dat moest wel de gast zijn.
Zonder nadenken haalde hij uit met zijn mes. Zijn mes raakte echter niets anders dan lucht. En Zeus? Die stond binnen een oogwenk naast hem, pakte zijn mes af en vervloekte hem.

Lycaon zou elke keer bij volle maan veranderen in een wolf om wat hij gedaan heeft.

Bron: Wikipedia


---

Dit verhaal komt deels uit de werken van Ovidius en Appolodorus. Tevens een leuk weetje: Lycantropie komt uit deze mythe voort.

zondag 16 augustus 2015

#Boekperweek 16

Boek 30 en 31 komen vandaag aan de beurt. Dit allemaal in de uitdaging die de bibliotheken van Nederland zijn gestart. Zij stelden ons voor de uitdaging om (minimaal) één boek per week te lezen. Daarom mijn tweewekelijkse blog waarin de boeken van die weken bij langs ga.
Afgelopen week was tevens de laatste week van de zomervakantie, waarin ik - doordat het weer niet helemaal mooi was - ook vele kinderboeken heb gelezen, vaak meerdere per dag. Toch pak ik twee boeken er even tussenuit.

Gestolen Leven
Adam Johnson

De Pulitzer Prize-winnaar van 2013 kwam enkele weken bij mij langsgerold. Het boek dan, laat ik wel eerlijk blijven. Diegenen die mij goed kennen, weten dat Noord-Korea nog hoog op mijn lijstje staat met nog te bezoeken landen. Helaas gaat het aanvragen van een visum niet verschrikkelijk goed, anders zou het een stuk hoger staan op mijn lijst.
Dit boek gaat namelijk over dat land. De auteur heeft flink wat research gedaan en komt met een verschrikkelijk mooi boek.

Het gaat over het leven van Pak Jund-Do. Hij klimt omhoog op de maatschappelijke ladder in zijn leven. Van tunnelsoldaat, kidnapper tot radiospion op een vissersboot, hij leert te overleven. Ook al betekent dat voor hem dat hij moet liegen. En als hij daar dan ook nog mee weg komt...

Mees Kees op Kamp
Mirjam Oldenhave

De klas van Mees Kees mag op kamp. Een week lang avonturen beleven, wat een feest. Maar helaas moet de week van Dreus wel een werk-week worden, en is Mees Kees niet alleen: ook meester Hank gaat mee. Maar als laatstgenoemde bij het opzetten van de tent al door zijn rug gaat...

Tompouce voor ontbijt! Zwemmen met de gids van het WonderWaterWereld-museum en Chinezen met de man van wie ze de portemonnee hebben gevonden... Jammer dat het maar één week is...

Wederom een leuk boek in de serie over Mees Kees en zijn fantastische klas.

zondag 2 augustus 2015

#Boekperweek 15

Boek 28 en 29 zijn aan de beurt, dus laten we direct beginnen.

Time of Contempt
Andrzej Sapkowski

Het derde boek dat ik lees van Andrzej, wederom over Geralt van Rivia. Dit boek gaat echter meer over Ciri, de prinses die tevens ook de pleegdochter van Geralt is. Ook Yennefer van Vengerberg houdt zich met haar opleiding bezig, waardoor ze nu niet alleen als witcher wordt opgeleid, maar ook als magister. Maar er zitten nog steeds mensen achter haar aan. Ze heeft immers het 'elder-bloed', wat haar nog bijzonder-der maakt dan dat ze al is.
De afgelopen maanden heeft ze Geralt niet gezien omdat Yennefer haar bij de tempel van Melitete onderwees.

Bij de magische conferentie van Gors Velen, waar vele magiërs bijeenkomen worden Ciri en Geralt weer verenigd, maar de vraag is voor hoe lang. Zeker nadat verraad aan het licht komt... Ciri weet via een portaal weg te komen, maar wat er aan de andere kant van het portaal zit, weet ze niet...

Het Wonderkabinet
Brian Selznick

Mocht je nog een boek zoeken wat bijzonder mooi is, hoef je niet verder te zoeken. De boeken van Selznick zitten vol met vele plaatjes die het verhaal maken zoals het is. En als ik vele plaatjes zeg, bedoel ik echt pagina na pagina vol. Zijn verhaal bestaat uit woorden en tekeningen.
Mogelijk heb je nog nooit van deze auteur gehoord. Dat is mogelijk. Hij heeft meerdere boeken geschreven, maar die zijn - helaas genoeg - minder bekend dan zijn boekverfilming van zijn boek over Hugo Cabret, de film genaamd Hugo. Deze won enkele Oscars en staat bij mij vooral bekend vanwege de vele details (en de geschiedenis van de film)

Het wonderkabinet gaat over twee kinderen. Ben - wiens verhaal geschreven is - woont sinds de dood van zijn moeder bij zijn oom en tante in New York. Rose - wier verhaal getekend is - leefde enkele decennia eerder met haar vader in New York en was geobsedeerd door een filmster. Maar wat de twee verhalen combineert... Dat laat ik aan jou over!