dinsdag 19 februari 2013

Bellerophon, de Chimaera en de Pegasus


Het tweede verhaal wat ik dit jaar uitwerk is een verhaal dat vele vormen kent, ook in de hedendaagse tijd. Daar waar ik vorige keer de Echo en de Narcis 'verklaarde', ga ik nu enkel en alleen een avontuur doorgeven van een grote held uit de Griekse tijd. Maar zoals alle helden neemt ook bij Bellerophon zijn ego de overhand.

Dit verhaal heb ik geleend uit werken van twee van de grootste Griekse dichters uit de oudheid: Hesiodus en Homerus. Het eerste deel komt voort uit het werk van Hesiodus, het tweede stuk uit de 'Iliad', misschien wel Homerus' grootste werk, samen met de 'Odyssee'.

Ovidius / Homerus
'Bellerophon'

In Ephyre, de stad die later Korinthe zou gaan heten, was Glaucus de koning. Hij was een zoon van Sisyphos, de man die volgens een andere mythe in de onderwereld een steen de berg op moet rollen omdat hij het geheim van Zeus verklapt zou hebben.
Glaucus zelf was ook geen lieverdje voor de goden. Hij was een ruiter en gaf zijn paarden mensenvlees te eten omdat ze zo dapperder in de gevechten zouden zijn. En dit viel niet goed bij de goden: ze lieten hem eens van zijn strijdwagen vallen waarna zijn eigen paarden hem opaten.

In de stad was een jongen, Bellerophon, waarvan men aannam dat hij de zoon was van Glaucus. Het was een sterke, mooie jongeman die zelf echter andere ideeën over zijn vader nahield: hij dacht dat Poseidon zijn vader was. Zijn moeder Eurynome, een mens, zou zijn getraind door niemand anders dan Athena, dus Bellerophon zou al van vroegs af aan grote dingen kunnen laten zien.
Hij was echter maar van één ding onder de indruk: de vliegende paarden die zijn vader (Poseidon) zou hebben gemaakt. Hij ging dus ook op zoek naar een Pegasus.

Van een ziener - ditmaal eens niet Tereisias maar Polyidus - kreeg hij te horen dat als hij echt een Pegasus wilde vangen, hij maar eens een nachtje in de tempel van Athena moest gaan pitten.
In zijn tocht naar de tempel waren vele dichters gedichten aan hem aan het opdragen en veel schilders probeerden zijn charme en schoonheid op het doek vast te leggen.

Eenmaal in de tempel lag hij te sluimeren - de priesters en priesteressen lieten deze helden meestal met rust, straks zou hun god(in) boos op hen worden - hoorde hij een stem en zag Athena met iets van goud in haar hand staan.
'Sta op,' zei ze, 'dit is het voorwerp wat de Pegasus zal charmeren.' Daarna verdween ze weer.

Bellerophon wachtte geen moment en rende met het gouden voorwerp naar de velden waar de pegasi rondliepen. Hij zag een pegasus, liep er rustig op af met het voorwerp in zijn hand.
De pegasus schrok niet, viel niet aan en bleef zelfs rustig staan met zijn ogen gericht op het voorwerp, dat Bellerophon rustig op de grond voor het beest had neergelegd zodat hij hem kon zadelen.

In zijn bronzen pantser vloog hij glorieus op het magnifieke beest waarheen hij maar wilde. Het was ook best handig, want op deze manier hielp hij zijn stad talloze malen tegen dreigingen van buitenaf.

Op een dag gebeurde er iets, geheel als ongeluk - zonder dat beschreven wordt hoe het gebeurde, dat zijn leven veranderde. Hij vermoordde zijn broer per ongeluk.
In de daaropvolgende rechtszaak konden zijn familie en vrienden hem niet veroordelen: ze hechtten veel waarde aan hem en wilden de goden niet boos maken. Toch waren ze hem liever kwijt dan rijk. Daarom verzon één van hen een list: hij moest een brief brengen naar de koning van Lycië. Bellerophon aarzelde niet, greep een avontuur waar hij deze zag en bracht de brief weg.

De koning ontving Bellerophon, liet zich van zijn meest gastvrije kant zien en entertainde hem voor negen dagen alvorens hij om de brief vroeg. Toen hij de inhoud las, schrok hij. Hij kon toch niet zomaar de jongeman ombrengen? Dan zou hij de boosheid der goden op zich afroepen. Hij bedacht dus maar een queeste, een missie die Bellerophon vast niet kon overleven.

'Bellerophon,' zo riep de koning in zijn troonzaal uit, 'Bellerophon, ik heb een queeste, een avontuur voor jou. Ben je geïnteresseerd?'
De jongeman knikte gretig terwijl hij dichterbij kwam. 'Vertel,' zei hij.
'Bellerophon,' zei de koning terwijl vele van zijn landgenoten meeluisterden, 'er is hier in de buurt een monster dat mijn onderdanen al tijden angst aanjaagt. Ik zou graag willen dat je hem dood maakt.'
De mensen om hen heen hielden hun adem in. Vroeg de koning nu echt deze jongen om de Chimaera dood te maken?
'Vertel,' zei Bellerophon rustig, 'Waar is het en hoe ziet het er uit?'

Terwijl de koning vertelde hoe de chimaera er uit zag (het hoofd van een leeuw, het lichaam van een gigantische geit en de op staart het hoofd van een slang) en vertelde dat het in de streek al jaren schepen in de fik stak met zijn vuurspuwende slangenbek, blikte of bloosde Bellerophon niet.
'Oké.'
Hij klom op zijn pegasus, vond het dier en bestookte het vanuit de lucht met pijlen en speren totdat het monster dood was.

Daarna bedacht hij iets anders. Nu hij immers niet dood kon gaan (zijn ego was enorm opgeblazen) wilde hij de goden op Olympus bezoeken. Hij had immers zijn pegasus...
Hij vloog en vloog omhoog, het uiterste vragend van zijn rijdier, totdat de goden een simpel vliegje naar zijn paard stuurden en deze het lieten steken. De pegasus schrok dusdanig dat hij steigerde en Bellerophon viel naar beneden.

Sindsdien leefde Bellerophon als een mensenschuwe zonderling, de goden verafschuwend.
De pegasus echter kreeg een plekje in de stallen van Olympus.

---

Hoe Bellerophon de Chimaera verslaat is een verhaal apart: het staat vijfmaal in de oude boeken en vijfmaal is het geheel anders. Speren op het monster, doodgeschoten met pijlen, de hoofden afgehakt met een zwaard... Allerlei vormen kunnen, maar de juiste... ;)

maandag 18 februari 2013

Narcissus en Echo


Daar waar ik afgelopen jaar in het voorjaar al enkele Griekse mythen heb uitgewerkt - of Romeinse mythen  geannexeerd van de Grieken - hoop ik dit jaar daar mee verder te gaan. De vorige verhalen kan je allemaal vinden op mijn blog: ga aan de rechterkant van deze pagina naar het kopje 'Labels' en klik op 'Dummies'. Daar vind je ze allemaal. Van Pyramus en Thisbe tot aan Atalanta.

Het komende verhaal is een combinatie van twee verhalen, de ene komt uit de Homerische hymnen terwijl de andere geschreven is door Ovidius, een Romein.

Ovidius / Homerische Hymnen
'Narcissus en Echo'

Narcissus was aan de ene kant een gewone jongen, net als velen van ons, maar tegelijkertijd was hij ook bijzonder. Zijn vader, een mens, en zijn moeder, een bosnimf, waren niet een perfecte match. Nadat de vader van Narcissus hem verwekt had, vertrok hij weer. Zo gebeurde het in die tijd helaas wel vaker.

Narcissus lag hiervan geheel niet wakker. Zijn moeder hield van hem en hij was bijna net zo mooi als dat zijn moeder was. Elke dag weer werd hij schoner en mooier, en elke dag waren er meer nimfen die alles wel voor hem zouden doen.

Zijn moeder stuurde op een dag een boodschapper om de blinde ziener Tereisias (die overigens in vele verhalen voorkomt) op te halen. Ze wil zijn mening hebben over haar zoon. Eenmaal aangekomen vertelt Tereisias: 'Als hij geen misbruik maakt van zijn uiterlijk, zou hij wel eens erg oud kunnen worden.' Zijn moeder wist niet precies wat ze daarover moest denken. Blij, omdat hij dus erg oud kon worden, of verdrietig, omdat het dus ook zomaar fout kon gaan.

Narcissus maakte het zelf niet zo uit. Het liefst ging hij jagen of de wildernis in om maar alleen te zijn. Al die mensen die bedelden om zijn vriendschap of om zijn liefde... hij hoefde dat niet. En ook al vonden de mensen dat gek, toch vergaven ze hem weer als ze hem zagen. Zo mooi was hij.

Ondertussen zaten de goden ook niet stil. Zeus was weer eens op pad gegaan en zijn vrouw, Hera, was hem jaloers gevolgd. Zo kwam ze op een plek waar allemaal bosnimfen bijeen waren. Ze luisterde op een afstandje en hoorde één van hen de hele tijd met het hoogste woord praten. Omdat ze dacht dat dat meisje wel eens de nieuwe liefde van haar man zou kunnen zijn, vervloekte ze haar: Ze zou altijd het laatste woord hebben en nooit meer het eerste. Sindsdien zou ze Echo heten.

Haar mede-bosnimfen lachten haar daardoor uit en Echo, zonder dat ze dus tegenspraak kon bieden, vertrok en zwierf door de bossen. Ze schuwde mensen maar toen ze de beeldschone Narcissus zag, kon ze geen weerstand bieden. Ze bleef bij hem in de buurt - maar wel uit het zicht.
Ze droomde al van hem en haar samen, maar wist diep in haar hart dat dit onmogelijk was. Toch probeerde ze het.

Op een dag, terwijl Narcissus in de bergen was, bekroop hem het gevoel dat er iemand hem volgde. Hij begon te roepen: 'Hallo!' en hoorde als antwoord een zacht 'Hallo' daarop volgen.
'Is daar iemand?' riep hij daarna, en hij hoorde het woord 'iemand' weer zachtjes volgen.

'Waar ben je en waarom verstop je je voor mij?' riep Narcissus, en Echo herhaalde opnieuw: 'Waarom verstop je je voor mij?'

Narcissus keek weer om zich heen, om te zien wie daar was en riep toen: 'Kom te voorschijn.'
En Echo, blij geworden omdat hij haar wilde zien, zei: 'Kom te voorschijn,' terwijl ze uit haar schuilplaats liep naar hem om hem te omhelzen. Maar Narcissus, die liever alleen was, moest daar niets van hebben en hij ging op de vlucht terwijl hij riep: 'Van jou houden? Dan sterf ik liever.'
Echo kon alleen maar herhalen: 'Dan sterf ik liever!'

Echo dwaalde daarna alleen verder, zich verschuilend in grotten en putten.

Narcissus had hiervan niets in de gaten. Hij had dorst en wilde wat drinken. Dus toen hij een plas water vond om daar wat uit te drinken, dronk hij gulzig totdat hij, in het water iemand zag.
Hij werd op slag verliefd op de persoon die hij in het water zag en bleef maak kijken en kijken. Zijn schok was dan ook groot toen hij merkte dat hij het zelf was, naar wie hij kijk. Zijn eigen weerspiegeling in het water.

Toch bleef hij daar, aan het rand van het water, bij zijn eigen weerspiegeling. Enkele vrienden en vriendinnen kwamen langs en wilden hem meenemen naar huis, naar zijn moeder, maar Narcissus wilde niet. Hij zou blijven.
Enkele dagen later, toen de vrienden weer terug kwamen, zagen ze alleen nog wat botten liggen. Narcissus was gestorven. Maar tussen de resten kwamen wat mooie bloemen opzetten, die gaven ze maar zijn naam: de narcis.

---

Dit verhaal vertelt dus naast de oorsprong van de Narcis ook waar de Echo vandaan komt. 

zondag 17 februari 2013

50 Books - Vraag 6

Begin dit jaar begon Petepel zijn '#50BooksChallenge' die ik volg en beantwoord. Ook jij kan meedoen; schrijf gewoon jouw antwoord op de vraag!
Vandaag de zesde vraag:

Ben jij een muzieklezer?

Zoals ik ook al eerder schreef luister ik veel muziek. Er is altijd wel ergens muziek te horen en daar luister ik naar. Niet alleen muziek van de radio's - cd's en dvd's meegeteld - maar ook het vrolijke fluiten van vogels en het verkeerslawaai tel ik mee. Muziek is immers overal om ons heen: je moet het enkel opmerken (kijk bijvoorbeeld de film 'August Rush' eens)

Ook tijdens het lezen hoor ik allerlei zaken om me heen. Soms zet ik zelfs bijpassende muziek op, zodat mijn idee van het lezen versterkt wordt, een extra zintuig wordt aangezet. Zo had ik de filmmuziek van de 'LotR'-trilogie op bij het herlezen van de boeken van Tolkien en arrangeer ik wel vaker zulke bijpassende muziek.

Toch lees ik zelden iets over muziek. Geen muziekboeken, geen boeken vol bladmuziek... nee, muziek is iets wat ik veelal moet horen voordat ik het kan beleven. Vandaar dus ook de desinteresse voor muziekboeken.


Alhoewel, daar kan ik een kanttekening bij maken. Ik ben een anderhalf jaar geleden begonnen met het spelen van de ukelele en daarvoor gebruik ik wel een notenboek. Maar om eerlijk te zijn speel ik liever op youtube met iemand mee... Dat is veel makkelijker.

En jij?

woensdag 13 februari 2013

De andere kant van Valentijsdag


Nu ben ik alleen,
Opnieuw alleen, in het onbekende...
de grijze straat, de grijze stad,
waar moet ik heen, tot wie kan ik mij wenden?
De nacht komt dichterbij,
ik beeld me in: ze is bij mij...
Soms loop ik eenzaam door de nacht als burgers slapen vol vertrouwen,
ik denk aan haar, en droom van haar,
en laat haar mij gezelschap houden
's avonds laat na elf,
kan ik verdrinken, in mezelf...

Heel alleen, maar naast me in verbeelding,
wandelt zij, tot aan de grijze schemering
Ik verbeeld me: ze streelt me en omarmt me,
ik huiver, krijg het koud, m'n ogen dicht, haar lijf verwarmt me..
Het trottoir lijkt zilver in de regen,
De rivier, krijgt lichtjes in de nevel.
In 't duister zijn bomen vol met sterren.
wij lopen voort, zonder 'n woord, naar een leven in de verte.

En ik weet ik beeld me alles in,
Het zijn gesprekken met mezelf, en niet met haar.
Zij is blind, voor alles, 't heeft geen zin.
toch zeg ik, ik zie een weg voor ons.
Mijn liefste, als bij het ochtendgloren,
jij verdwijnt, wordt alles als tevoren.
dan kolkt weer die rivier, woest en verlaten.
de bomen kaal en allemaal weer vreemden in de straten.

mijn liefste, ik begin het nu te leren:
mijn bestaan vul ik met fantaseren.
Jouw wereld draait gewoon door, het zal jou niet deren.
dat ik daaraan geen deel meer heb terwijl ik als geen ander:
Je lief heb,

je lief heb, al ben ik dan... alleen...

---

Dit gedicht, dit lied, is een lied dat wordt gezongen door Éponine in de musical/ film/ boek Les Misérables, is de andere kant van Valentijn. Een gevoel waar ik me zeker in kan vinden. Vandaar dit gedicht, een dag eerder dan Valentijnsdag.

Denk ook aan zij die alleen zijn.

zondag 10 februari 2013

De wereld van het heden

Vandaag de dag zijn delen van het land bezaait met een koude, witte substantie die sneeuw wordt genoemd. Aan de ene kant is het heerlijk om dit te zien en het levert geweldig mooie plaatjes op, maar er is een keerzijde van die medaille. Een vrij grote keerzijde zelfs.

Want naast de kou, ijzige winden en overlast bemerk ik iets wat waarschijnlijk velen met mij merken: traagheid!

Elke dag dat ik aan het werk ben - hetgeen de afgelopen week vijf werkdagen was - begint het gedoe al voordat ik in mijn auto kan wegrijden. Ik mag eerst mijn ruiten krabben - hetgeen overigens niet heel erg is, want zodra ik dan wel mijn auto in ga is het in ieder geval een stuk warmer.
Daarna begint de verschrikkelijke tocht over de wegen, weliswaar schoon en goed berijdbaar, ik zeur niet, waar de mensen de gemiddelde snelheid tackelen door er minstens vijftig kilometer per uur onder te gaan zitten.

Ik rijd over diezelfde wegen, mezelf ondertussen op te eten omdat ze zo langzaam rijden. Op de snelweg, zeker met de sneeuw op de velden rondom de weg, snap ik best dat je geen honderdtwintig kilometer per uur durft of wilt halen. Maar dat je dan en masse zeventig gaat rijden...
Afgelopen donderdag had ik een man (of vrouw) voor me rijden die het in zijn (of haar) hoofd haalde om een vrachtwagen in te halen. Met zeventig kilometer per uur! De vrachtwagen reed zelf gewoon zelfs zeker tien km/u harder. De mensen lijken wel debiel te worden door dit weer.

Nadat ik na enkele minuten - gevoelsmatig wel enkele uren - achter de bestuurder had gezeten, zoefde ik er ook met 120 km/u langs. En met mij vele auto's die achter mij zaten.

Geloof me: als het ander weer is ben ik zelf ook alerter, zeker in het weer. Maar om nu belachelijk te doen... Blijf gewoon op die rechterrijstrook als je bang bent!

Tegelijkertijd mocht ik ook weer een avondje treinen. Nu heb ik geen vertraging gehad, de treinen reden gewoon op tijd en door (alhoewel ik wel de trein miste, maar dat kan ik mijzelf meer aanrekenen dan de NS) Toch kreeg ik woensdagavond al een bericht van de spoorwegen dat ze donderdag, omdat er kans was op sneeuw, met het aangepaste rooster gingen rijden.
De kans op sneeuw past dus de dienstregeling aan! Wat is het volgende? Omdat de zon schijnt rijden er meer treinen naar het zuiden? Het regent, dus wel halveren de treinen?

Zucht. Er is genoeg over het vervoer, waar dan ook, op te merken. Maar laten we het maar door de vingers glippen. Net als dat Belgische jochie dat vanwege zijn slechte rapport stiekem het vliegtuig pakte naar Spanje. Ik wou dat ik dat gedaan had...

Laatst gelezen boek: Les Misérables van Victor Hugo
Laatst gekochte CD: RED van Taylor Swift
Laatst geziene films: nvt (tijd is er niet in overschot) ;)

50 Books - Vraag 5

De vijfde vraag alweer in de uitdaging. Een nieuwe vraag, een nieuw antwoord. Wat brengt Petepel ons deze maal?

Welk boek lees je op dit moment?

Je zou denken dat dit een simpel antwoord zou krijgen. Geen gedoe, men leest immers maar één boek tegelijk? Nu is dat bij mij toch wel eens wat anders: slechts zelden lees ik slechts een enkel boek. Momenteel zijn het er drie - of eigenlijk zelfs vier, maar dat laatste boek is een boek waar ik moeilijk doorheen kom.

Om maar eens te noemen: Afgelopen week is het boek "Les Misèrables" van Victor Hugo uitgelezen en ben ik begonnen in "The Host" van Stephany Meyer. Dat is het boek wat ik voor mijn plezier lees.
Daarnaast lees ik - af en toe - een hoofdstukje uit "Metamorphoses" van Ovid, de Romeinse mytheverzamelaar. Dat doe ik dan vooral omdat de Griekse (en dus ook Romeinse) Mythologie me dusdanig interesseert dat ik er in blijf lezen. (tevens stukje reclame: in de voorjaarsvakantie zullen weer enkele mythes hier voorbijkomen! Houd het in de gaten!)

Voor de klas - ik blijf immers een leerkracht - lees ik op twee scholen het boek "Stijn, uitvinder" van René van der Velde voor. Een leuk en grappig boek, dat ik in mijn reizen naar de verschillende scholen waar in inval ook steeds bij me heb. En ook ik geniet van die verhalen.
Ten slotte ook nog het boek "Oorlog en Vrede" van Tolstoj, waar ik nog steeds door heen worstel.

Tja, dit is nu de opsomming van nu. Wat volgende week op mijn lijstje is dat weet ik niet, sterker nog: het zou me niets verbazen als in ieder geval twee van de vier boeken ineens veranderen!

Wat lees jij momenteel?

zondag 3 februari 2013

50 Books - Vraag 4

Nu alweer vraag vier van de serie van de 50 Books Challenge (van Petepel, zie hier vraag 4)
Komt de vraag:

Van welke auteur lees je alles, maar dan ook alles wat uitgebracht wordt?

Dit is een moeilijke vraag, zeker omdat ik niet zeker weet of ik ook daadwerkelijk alle boeken bezit of heb gelezen. En het zijn twee schrijvers, eigenlijk, met twee verschillende series of soorten boeken. De ene schrijver is Raymond E. Feist.

Sinds ik tijdens mijn middelbare schooltijd in contact ben gekomen met het fantasy-genre, lees ik daar nog regelmatig wat boeken van. Zijn eerste boek 'Magiër' heb ik dan ook talloze malen gelezen en herlezen, omdat het zo lekker wegleest. Ook de boeken die daarna komen bezit ik en heb ik gelezen. Ik kan echter niet verifiëren of ik ook daadwerkelijk al zijn boeken heb, simpelweg omdat hij nog enkele losse verhalen heeft geschreven in enkele bundels waarvoor hij geen credits heeft gekregen.
Maar, om maar aan te geven dat ik veel van zijn boeken heb: zijn eerste boek is tegenwoordig ook te koop als Graphic Novel, waarvan ik ook al de eerste drie delen bezit.

De andere schrijver is Dan Brown. Al zijn boeken wil ik gewoon hebben. Zijn stijl van schrijven, fictief met veel realistische dingen, die hij op magistrale wijze bijeen bindt, fascineert me.

En? Van welke schrijver wil jij alles lezen?