dinsdag 13 oktober 2015

Lugh en de Tuatha Dé Danann

's Ochtends vroeg, op het moment dat de poort van de stad Tara nog dicht is, staat een jongeman voor de poort te wachten. Zijn naam is Lugh en hij wil de koning van de Tuatha Dé Danann graag van dienst zijn. Die koning, de eenhandige Nuada, gaf een groot feest ter voorbereiding voor de komende strijd tussen de Tuatha Dé en de Fomoren, hun rivalen. De Fomoren worden sterker en sterker, en als er niet snel iemand zich opwerpt als held, zouden ze wel eens helemaal uitgeschakeld kunnen worden.

Op het moment dat de poort opengaat wil hij naar binnengaan, maar de poortwachter stopt hem en vraag hem naar zijn naam.
"Ik ben Lugh, zoon van Cian van de Tuatha Dé en kleinzoon van Balor van de Fomoren." beantwoord hij de vraag.
"Oké," zegt de wachter, "Jij weet de regels om de stad in te mogen?"
Op die vraag weet Lugh het antwoord niet. "Geen idee," zegt hij.

"Nou," begint de poortwachter, "allereerst moet je een beroep hebben. Daar moet je behendig in zijn. Dus..." De man keek hem strak aan, "waarmee kan jij de koning van dienst zijn?"
Lugh dacht even na en zegt dan: "Ik ben een goede timmerman."
Dat antwoord maakt absoluut geen indruk op de poortwachter, die aangeeft dat er in de stad al een timmerman is, genaamd Luchtar. "Jouw diensten zijn dus niet nodig."

Lugh wordt weggestuurd en moet weer achteraan de rij aansluiten. Op het moment dat hij weer vooraan staat, heeft hij zijn antwoord gereed.
"Jij weer?" zegt de niet-verbaasde poortwachter.
"Ja, ik ben er weer. Ik ben namelijk smid."
"Echt waar, jongen?" lachte de poortwachter. Toch bekeek de man Lugh en zag dat hij het lijf er wel voor had.
"Helaas kan ik je niet binnenlaten, want we hebben al een smid." Een goede ook, deze Colum Cuaillemech, die al meerdere verbeteringen had bedacht die de mensen in de stad vaak gebruikten.

Weer moest Lugh achteraan de rij aansluiten. Gelukkig was hij nu wat korter, waardoor hij al snel weer vooraan de rij stond. Hij probeerde weer binnen te komen, ditmaal als kampioen, maar ook dit keer werd hij geweigerd.
Daarna probeerde hij het ook als harpist, krijger, dichter, geschiedschrijver, magiër en metaalbewerker. Maar niets van dit alles was nodig in de stad, gaf de wachter aan. De mensen van de stad Tara van het volk van de Tuatha Dé Danann waren al voorzien van al deze beroepen.

Uiteindelijk smeekte Lugh de man om hem binnen te laten. "Vraag koning Nuada alsjeblieft of hij iemand kent die al deze vaardigheden bezit."
De poortwachter, die wel enigszins medelijden kreeg met de jongen, stuurde een knecht naar de koning. Deze zei het volgende tegen Nuada:
"Grote koning Nuada, bij de poort staat een man die Lugh heet, maar hij zou eigenlijk Ildanach moeten heten, meester van alle ambachten." Dit omdat hij natuurlijk in zijn eentje kon waar de stad vele mensen voor nodig had.

De koning, enigszins nieuwsgierig geworden, stuurde een schaakbord en een schaakspeler naar de poort toe, om de nieuwkomer uit te dagen. Daar spelen beide mannen een pot, waarna Lugh als overwinnaar overblijft. Hij zet de ander in enkele zetten schaakmat.
Daarna mocht Lugh binnenkomen, maar de uitdagingen waren nog niet voorbij. Nuada liet Ogma, de belanrijkste strijder van de Tuatha Dé, naar voren komen. Lugh werd er naast gezet en hij zag dat Ogma een tegel uit de grond oppakte.
Dat lijkt misschien niet zo'n bijzonder feit, maar wel als je weet dat deze tegels vrij groot en enorm zwaar waren. Dat maakte het allemaal een stuk indrukwekkender.
Ogma werpt de tegel zo ver als hij kan en kijkt daarna Lugh uitdagend aan.

Lugh haalt zijn schouders op, loopt naar de tegel die tientallen meters verderop ligt en draait zich om naar de koning. Hij knikt eerbiedig naar de koning, draait zich weer om en pakt de tegel moeiteloos op. Hij kijkt even waar Ogma staat - naast een gat in de grond waar de tegel eens lag - en werpt deze dan naar hem toe.
De tegel vliegt door de lucht en landt precies in het gat wat Ogma had gemaakt.

Terwijl de gehele hofhouding klapt, pakt Lugh een harp van een speler af en begint te spelen. Hij zingt een heldendicht en na de eerste aanslagen op de snaren is iedereen doodstil. Hij begint te zingen.

--- Een heldendicht over een vijand die hen overschaduwt, hoop die terugkomt met de komst van een held en een uiteindelijke overwinning op de vijand aan de hand van de held. ---

Lugh en zijn speer
H.R. Millar (1905)
(bron: wikipedia)
Enkele tellen na de laatste noot kijkt hij rond. De mensen staan stokstijf om hem heen, de tranen in de ogen. Zelfs de koning houdt het niet droog. Nuada spreekt na een tijdje:
"Landgenoten, ik denk dat ik voor ieder spreek als ik als zeg dat we een held gevonden hebben. Iemand die sterk is en ons leiden zal in de strijd tegen de vijand. Wat vinden we daarvan?"
Alle aanwezigen juichen, en zo wordt Lugh de aanvoerder in de komende strijd.

zondag 11 oktober 2015

#Boekperweek 20

Na afgelopen weekend de Harry Potter Film Marathon gedaan te hebben met vrienden en kennissen wereldwijd, is er ook nog tijd geweest om de laatste boeken uit de serie te lezen. Ditmaal zijn boek nummer 39 en 40 aan de beurt. Voor diegenen die me erop wezen dat ik ergens een foutje heb gemaakt in de telling: bedankt. Nu dus wel de goede telling weer aangenomen.

Harry Potter en de Orde van de Feniks
JK Rowling

In het vijfde deel van de serie zit Harry te wachten op bericht van zijn vrienden. Hij zit - tijdens de zomervakantie - nog bij zijn oom en tante. Op een avond, wanneer hij met zijn neef Dirk buiten is, worden ze aangevallen door Dementors. Harry verjaagt hen, maar krijgt dan een bericht. Hij moet naar een hoorzitting omdat hij als minderjarige tovenaar buiten school om heeft getoverd. Belachelijk, maar wel waar.
Een paar dagen later komt een enorme groep mensen hem ophalen, waaronder Remus Lupos, Alistor Dolleman en  Nymphodora Tops.
Ondertussen geloofd men op het ministerie niet dat Voldemort is teruggekeerd.

Als ze eenmaal op school zijn, leren we Loena Leeflang kennen, een meisje van Ravenklauw. Zij lijkt op het eerste gezicht misschien gek, maar is slimmer dan lijkt. Tevens geeft ze ook extra kleur aan de serie.

Harry leert in dit jaar de geheime Orde van de Feniks kennen, een organisatie waar zijn ouders vroeger ook in hebben gezeten.
Zoals elk jaar is er ook nu weer een nieuwe professor voor het vak Verweer tegen de Zwarte Kunsten. Dit jaar is het dezelfde vrouw die Harry in de rechtszaal voor schut zette, professor Omber.
En als zij alleen maar theorielessen geeft, zonder enkele praktijk die daarbij ondersteund, komen Harry en andere studenten in opstand en beginnen de SVP.


Harry Potter en de Relieken van de Dood
JK Rowling

Het laatste deel van de serie over Harry Potter. Ik zal er weinig over zeggen, aangezien ik enkele lezers ken die dit deel nog willen lezen. Toch zwijg ik er niet over. De laatste strijd tussen Harry en Voldemort, tussen Zweinstein en de Dooddoeners... alles komt in dit boek tot een climax. En hoe!

Eén van de dingen die ik specifiek mooi vind aan dit boek is hoe Loena toch ook uitgroeit tot heldin. Net als Marcel en Ginny neemt zij ook een hoofdrol op die niet gering is.

Ook is de jacht op de gruzielementen een leuke zoektocht, ware het niet dat ze deze vanzelfsprekend kapot moeten maken.

Een goede, leuke serie die je meeneemt in deze wereld van de magie.

dinsdag 6 oktober 2015

Thor de travestiet

Elke ochtend is er één ding wat Thor als allereerste doet. Hij pakt zijn hamer, Mjölnir, stevig vast en zwaait er een paar rondjes mee. Dat is zijn ochtendgymnastiek, zijn eerste rek-en-strek oefeningen van de dag. De hamer is niet alleen handig voor zijn gymnastiek, het is tevens ook het beste wapen wat Thor, de god van de donder, heeft. Zonder dat wapen zou Asgaard kwetsbaarder zijn dan ooit!

Moet je eens nagaan wat er dus gebeurde toen hij 's ochtends Mjölnir niet kon vinden naast zijn bed. Hij was woest en doorzocht de gehele slaapkamer. Maar nergens kon hij het wapen vinden. Snel ging hij naar Freya, want hij wist dat zij hem helpen kon. Ook Loki was daar en deze besloot mee te zoeken.

Freya gaf beiden een veer van een valk, waarmee ze in de vogel zelf konden veranderen. Terwijl Thor moeite had om van vorm te veranderen, was de transformatie voor Loki geen probleem: in luttele tellen was hij veranderd in een vogel en vloog hij weg. Hij had een vermoeden dat de reuzen het wapen wilden stelen, dus vloog hij naar hun thuisland, Jotunheim.

Daar aangekomen veranderde hij weer terug in zijn normale vorm en ging naar de hoofdman van de reuzen. Zijn naam was Thrym, dat betekent luidruchtig. Toen hij de vraag kreeg of hij wist waar de hamer was, antwoordde hij dat hij deze gepakt had.
"Natuurlijk heb ik deze!" lachte de reus. "Ik heb Mjölnir begraven. En denk maar niet dat ik 'm zo maar teruggeef!"
Loki dacht even na en vroeg toen: "Wat zou je dan voor de hamer willen hebben?"
Lang hoefde Thrym niet na te denken: "Ik geef de hamer pas terug als ik met Freya getrouwd ben!"
Loki draaide zich om en liep peinzend weg. In de verte hoorde hij Thrym nog bulderen van het lachen, maar hij veranderd weer in een valk en vliegt terug naar Asgaard.

Alle goden zijn bijeen gekomen en luisteren vol aandacht naar het verhaal van Loki. Wanneer hij verteld dat Thrym met Freya wil trouwen, gaan alle ogen naar Freya toe.
"Nee, nooit van m'n leven! Ik zal nooit met die reus trouwen. Verzin maar een andere optie."
De goden beraden zich daarna over andere mogelijkheden, totdat Heimdall naar voren stapt.
"Het lijkt me simpel," zei hij, "Thor moet zich gewoon verkleden als Freya en zelf zijn hamer terughalen."

Terwijl de meeste goden knikten en hun goedkeuring lieten blijken over deze meesterlijke oplossing, staat Thor boos op.
"Echt niet! Het is niet natuurlijk om me als vrouw te verkleden. De schande..." sputterde hij tegen. "Jullie zullen daarna altijd grappen over me maken."
"O, moet je eens zien," zei hij in een gekke stem, "Daar loopt Thor de travestiet, nu verkleed als man." Hij schudde zijn hoofd.
"Nee, dat doe ik niet. Verzin maar een andere mogelijkheid."

Loki zucht. Hij ziet hoe Thor weer zit op zijn stoel, zijn armen over elkaar geslagen. Dat stopt hem echter niet: hij staat op en neemt het woord.
"Oké," zegt hij in zijn bekende mokkende toon, "Dan komen de reuzen dus straks en zijn zij de baas. Het is mij om het even."

Die opmerking laat alle Asen en Wanen goed nadenken. Loki slaat, zoals vaker, de spijker recht op de kop. De andere goden pleiten daarna bij Thor om toch het plan van Heimdall uit te voeren. Ze beloven nooit de spot te drijven met Thor. Na lang zeuren stemt Thor dan eindelijk in: hij zal zich vermommen als Freya en naar de reuzen gaan.
En Loki? Hij besluit dat hij mee gaat, al is het alleen maar om Thor in een jurk te zien.

Er werd in luttele uren een mooie bruidsjurk gemaakt, waarbij geen detail werd overgeslagen. Een lange sleep en bijzondere sluier werden gefabriceerd en er werd tevens een iets minder mooie jurk gemaakt voor Loki die meeging als dienstmeid van Thor.

Thor wilde geen moment langer dan nodig was wachten in Asgaard. Daarom klommen ze allebei snel in de koets en reden zo naar Jotumheim, het land der reuzen. Daar aangekomen hoorden ze de stem van Thrym al donderen:
"Eindelijk krijg ik de prijs waar ik al zo lang recht op heb!"

Thor en Loki verkleed als vrouwen
Carl Larsson, 1893
(bron: wikipedia)

Later die avond, wanneer ze allemaal aan het eten zijn, bevinden Thor en Loki zich in de problemen. Thor had in zijn eentje een complete os, acht hele zalmen en vele andere lekkernijen opgegeten - laat staan alle bekers mede die hij achterover had geslagen. Dit zorgde voor rare blikken van de reuzen. Zij hadden nog nooit een vrouw gezien die zoveel had gegeten.
Loki bedacht snel een smoes en zei: "De godin was zo bezig met haar aanstaande huwelijk met jou dat ze de afgelopen week nog niet gegeten heeft."
"Kijk maar eens naar haar jurk," ging hij verder, "Ze heeft er meerdere dagen in haar eentje aan gewerkt om deze zo mooi mogelijk te maken voor jou."

Thrym bekeek de jurk eens goed en zag de hoeveelheid werk die er in gestoken moet zijn.
"Heeft ze deze echt helemaal zelf gemaakt?"
Loki knikte. "Daar is ze zeker een vijf dagen onafgebroken mee bezig geweest."
Thrym knikte en zei dat hij het dan wel snapte. "Zo'n jurk maak je niet eventjes."
Toch wilde Thrym zijn aanstaande bruid wel eens kussen, dus trok hij Thor naar zich toe en wilde de sluier van haar gezicht halen.
Het enige wat hij echter zag waren haar ogen die hem zo intens aankeken dat hij schrok en zijn hand liet zakken.
"Wat een vreselijke, doordringende ogen heeft ze." zei hij.
Loki moest snel een antwoord bedenken, maar kwam met een goed antwoord op de proppen:
"Freya wilde je zo graag zien dat ze al zeven dagen en nachten niet geslapen heeft. Zo graag wilde ze bij je zijn."

Thrym wilde nog wat zeggen, maar daarna liet Loki snel de ceremoniemeester komen om de trouwceremonie te laten starten. Een van de dingen die daar bij moest zijn was Mjölnir.
Deze werd op de schoot van Thor gelegd, die begon te glimlachen.

Thrym kon niet wachten tot de sluier eindelijk zou worden afgedaan. Toen het moment daar was aarzelde hij geen moment: hij pakte de sluier vast en trok deze weg. Hij verwachtte daar de mooie Freya te zien staan. Je kunt je misschien voorstellen hoe hij schrok van het gezicht van Thor.
Deze stond met wijd open gesperde ogen hem aan te kijken, pakte zijn hamer en sloeg Thrym neer. Daarna sloeg hij ook alle andere gasten neer.

Loki keek hoofdschuddend toe. Hij moest lachen toen Thor - toen iedereen op de grond lag - direct de jurk uitdeed. Hij gooide grinnikend de klerenbuidel die ze hadden meegenomen naar hem toe. Nadat beiden zich verkleed hadden, reisden ze weer naar Asgaard, met Mjölnir stevig in de handen van Thor.


dinsdag 29 september 2015

Thor en Jormungandr

De goden (Asen) hadden wel zin in een feestje. Daarom zochten ze iemand die het feest wel wilde geven, want ze wilden het liever niet in hun paleis (Asgaard) vieren. Daar waren ze immers altijd al.
Ze gingen stad en land af en uiteindelijk vond Thor wel iemand die het wilde. De oceaanreus Aegir en zijn vrouw, de zeegodin Rán. Toch kwam Aegir met een verzoek: ze hadden geen ketel die groot genoeg was om genoeg mede te maken voor alle gasten.

Thor dacht even na. Dat was inderdaad een probleem want hij wist dat de Asen wel van een glaasje hielden. En dat bleef vaak ook niet bij één enkel glas. Daarom maakte hij met Aegir en Rán een deal. Hij zorgde voor een ketel die groot genoeg was, zij zorgden voor het feest. En zo had Thor een plekje gevonden voor het feest. Nu alleen nog een ketel.

De goden wisten dat er maar één persoon op de hele wereld een ketel had die groot genoeg was voor dit feest en dat was de ketel van Hymir. Daarom stuurden de Asen Thor weer op weg, dit keer om met die reus te overleggen. Thor stond er namelijk om bekend dat hij goed met reuzen overweg kon. Niet alle reuzen waren zo vriendelijk als Aegir en de meesten stonden bekend om hun onvriendelijkheid. Toch gaat Thor op weg.

Aangekomen bij Hymir kondigt hij netjes zijn bezoek aan. De reus schrikt even als hij merkt wie er op bezoek is, maar slacht dan drie hele stieren als feestbanket. Hij kent de verhalen over de hongerige Thor en wil deze koste wat kost niet boos hebben. Hij kent de verhalen over Thor en zijn hamer, Mjölnir. Nee, bedenkt hij zich, hij wil Thor liever aan zijn kant hebben.

Na de stieren gebraden te hebben boven een mooi vuurtje, nodigt hij Thor uit aan tafel. Beiden gaan zitten en beginnen dan te eten. Hymir kijkt zijn ogen uit: Thor eet zelf twee hele stieren op! Hij had gedacht dat de verhalen misschien wel mee zouden vallen, maar nu zag hij het met eigen ogen. Twee volledige stieren... Zelf eet hij de andere op, maar in zijn achterhoofd vraagt hij zich af hoe lang Thor zou blijven. Zoveel stieren had hij nu ook niet. Daarom bedenkt hij een plannetje.

"Zeg Thor," zegt hij nadat de maaltijd is afgelopen. "Heb je zin om morgen te gaan vissen? Ik weet nog wel een mooi plekje en dan kunnen we morgen lekker vis eten!"
"Dat lijkt me een mooi plan, Hymir." antwoord Thor.
"Regel jij het aas?" vraagt Hymir dan aan Thor. In zijn achterhoofd ziet hij Thor al zoeken naar wormen op de grond.
"Geen probleem, hoor. Maakt het nog uit wat voor aas het is?"
"Nee, de vissen bijten meestal toch wel."


Die ochtend is Hymir vroeg uit bed. Hij zit buiten op zijn veranda te wachten totdat Thor begint met het zoeken naar aas. Ze hadden gisteravond afgesproken dat ze een uur na zonsopgang zouden vertrekken, dus hij zou nu toch wel moeten beginnen, dacht Hymir.
Opeens ging de deur open en een slaperige Thor komt naar buiten strompelen.
"Heb je wat ontbijt voor me?" vraagt hij.
"Natuurlijk," antwoord Hymir, "Maar vergeet je het aas voor het vissen niet?"
"Nee hoor, dat komt helemaal goed."

Tien minuten voordat ze gaan vissen zitten beide heren nog aan de tafel. Hymir verontschuldigd zich en gaat dan de hengels halen. Thor staat op, pakt Mjölnir in zijn hand en loopt naar de stal waar de stieren van Hymir staan. Daar kijkt hij rond en ziet drie grote, volwassen stieren lopen. Hij pakt die drie vast en slaat hun hoofd er af. Zo, zo denkt hij, aas voor bij het vissen.
Als Hymir dit ziet wordt hij zowel bang van Thor als boos op hem. Dat zijn wel zijn eigen stieren!

Toch gaan ze het water in. Hymir staat achterop de boot en Thor voorop en ze roeien naar een mooie plek.
"Laat het anker maar zinken," roept Hymir opeens. "Dit is mijn favoriete visplekje!"
Thor gooit het anker overboord en ziet hoe Hymir zijn hengel uitwerpt.
Na enkele minuten heeft hij beet. De hele boot wordt meters meegesleurd door het dier maar het anker zit goed vast. Tien minuten later is de vis doodop en geeft op: Hymir haalt de lijn in, pakt de vis - wat een walvis blijkt te zijn - bij zijn staart en legt deze in het schip. Trots kijkt hij naar Thor. Die geeft geen krimp.

Boos werpt Hymir nogmaals zijn hengel uit. Hij zal Thor toch echt eens onder de indruk krijgen. Bij de maaltijd van de dag ervoor dacht hij dat Thor al blij zou zijn met het braden van drie stieren. Zoveel at hij zelf in een paar maanden! Maar Thor at alles gewoon op. En nu, met de gevangen walvis... Hymir werd bozer en bozer. Hij merkte dat hij weer beet had en keek Thor even strak aan. Die zat rustig voorin de boot en keek onverschillig voor zich uit.
"Kijk, Thor," zei Hymir, "Ik heb alweer beet. Eens kijken hoe groot deze is!"

Hij haalde de lijn sneller in dan ooit en pakte het dier bij zijn staart vast. De walvis probeerde zich los te wrikken, maar Hymir hield vol. Moe gestreden legde Hymir het beest bij de ander in de boot, die nu toch al propvol was.
Toch liet Thor niets blijken.

"Ga jij ook nog vissen?" vraagt hij Thor uiteindelijk.
Thor haalt zijn schouders op, gaat staan en pakt zijn hengel. Als aas pakt hij nonchalant één van de hoofden van de stieren en gooit de lijn uit. Enkele tellen later heeft hij beet... en hoe!
De boot wordt als een speer meegetrokken door het dier en zelfs het anker geeft mee. Hymir schrikt ervan, maar houdt vast. Beide gevangen walvissen had hij ondertussen aan de boot vastgemaakt.
Na tien minuten heeft Thor nog steeds de vis aan zijn hengel en de vis blijft zwemmen. Hij geeft niet op! Hymir wordt er bang van: welke vis is na tien minuten nog steeds niet moe?

Thor en de Midgaardslang, E. Doepler (1905)
(bron: wikipedia)

Opeens hoort Hymir Thor zuchten. Hij ziet hoe deze zich schrap zet in de boot, waardoor de boot ineens stil komt te liggen in het water. Thor zet beide benen nogmaals goed neer en Hymir merkt dat daardoor de boot zelfs water maakt. Het is alsof Thor met zijn benen de bodem van de zee heeft bereikt!
Opeens ziet hij de vis ook bovenkomen. Vanuit zijn ooghoeken merkt hij dat de vis zeker geen kleintje is. Hij wordt nog banger. Dat is... dat is... Jormungandr! De waterslang die de hele wereld omringt! Thor heeft de zoon van Loki en Angrboda gevangen!

Hij ziet hoe Thor zijn hamer pakt en tegelijkertijd het touw steeds dichter naar zich toe trekt. Hymir is zo bang dat hij niet eens doorheeft wat hij daarna doet: In paniek loopt hij met zijn mes naar Thor toe en snijdt het touw door. Daardoor is Jormungandr vrij. De boot gaat weer rustig liggen en er sijpelt meer en meer water door de boot.

Thor is woedend.
"Waarom deed je dat?" schreeuwde hij. "Ik had hem!"
Boos gaf Thor Hymir een tik waardoor hij overboord sloeg.
Thor roeide snel naar de kant, pakte de beide walvissen in zijn ene hand en de gevonden ketel in de andere en ging boos terug naar de Asen, Daar hadden de goden het feest bij Aegir en Rán.

--
In de Edda staan twee verhalen over Thor en Hymir. In het ene verhaal komen beide heren weer aan land, in de andere doodt Thor Hymir. Kies je eigen einde.

zondag 27 september 2015

#Boekperweek 19

Het 36e en 37e boek zijn ditmaal aan de beurt. Deze weken ben ik teruggegaan naar de Harry Potter-serie. Binnenkort is er een HP-Marathon, waarbij alle acht de films in één weekend teruggekeken worden. Daar doe ik aan mee, dus via een forum ben ik met zo'n twaalfhonderd mensen wereldwijd verbonden om ze allemaal op een van tevoren bepaald moment te starten.
Om toch weer even in het verhaal te komen ben ik de serie aan het herlezen zodat we lekker kunnen starten.

Harry Potter en de Steen der Wijzen
JK Rowling

Het eerste deel van de serie is direct ook één van mijn favorieten: Harry begint bij zijn oom en tante en je ziet hoe hij van een verlegen, eenzame knaap veranderd in een jongen die meer vertrouwen krijgt en daarnaast ook een vriendengroep krijgt. We leren de personage's goed kennen: Harry, zijn oom, tante en neefje, Ron, Hermelien en de anderen... allemaal leuke karakters.
Het verhaal is ook redelijk bekend: Harry krijgt te horen dat hij een tovenaar is en leert dat zijn ouders ook tovenaars worden. Hij mag naar Zweinstein, een school om magie te leren. Daar leert hij Ron en Hermelien kennen en komt hij er achter dat hij één van de meest bekende mensen is. En dat allemaal zonder dat hij er van wist!

Hij komt als buitenstaander - zoals wij dus ook waren - in deze wereld terecht en leert - wederom zoals de lezers - hoe alles gaat in deze wereld. De Wegisweg, Perron 9 3/4, magie... alles is nieuw voor Harry en 'gewoon' voor de anderen. En Rowling neemt je gewoon mee deze wereld in.

Het boek kwam uit in 1998 (NL) In eerste instantie heb ik het boek laten liggen, maar in 2001 ben ik begonnen met de serie, waarna ik al snel alle boeken las en wachtte op de release van de laatste delen. Het neemt je mee in een magische wereld waar ik maar geen genoeg van kon krijgen.


Harry Potter en de Vuurbeker
JK Rowling

Deel vier van de serie is ook zo'n bijzonder boek omdat je leert dat er ook andere magische scholen zijn: niet alleen Zweinstein maar ook Beauxbatons en Klammfels zijn scholen voor magie. Dit allemaal voor het Toverschool Toernooi: een reeks opdrachten waaraan van iedere school slechts één leerling van mag meedoen. Namens Zweinstein doet Carlo mee en Fleur en Viktor doen namens de andere scholen mee.

Maar wanneer er ook een vierde deelnemer wordt getrokken door de Vuurbeker, staat iedereen raar te kijken. Er doen immers maar drie scholen mee! Toch mag deze vierde kandidaat - dat is natuurlijk Harry - ook meedoen. Daardoor is Ron nogal jaloers en de twee hebben ruzie. Gelukkig wordt het aan het einde wel weer goed gemaakt.
Dit boek heeft wel een bijzonder einde (waar ik natuurlijk niets over verspil voor hen die het nog willen lezen) waardoor de andere boeken ineens nog spannender gaan worden.

Dit vierde boek gaat over het vierde jaar van Harry op Zweinstein en is één van de leukere boeken van de serie.

dinsdag 22 september 2015

De Dood van Baldr

Baldr was een van de goden die het meest geliefd was onder de Noorse goden. Zijn ouders - Odin, de oppergod en Frigg - hadden hem altijd alles geschonken wat hij wilde en Baldr zelf zorgde voor licht op de aarde. Hij was aardig, vrolijk en moedig en hielp eenieder die naar hem toe ging.
Toen op een dag hij dus bijzondere dromen kreeg, vertelde hij die direct aan zijn vader. Hij zou worden vermoord, zo was het in zijn droom.
Zijn vader overlegde met de andere goden en al gauw besloot de godenraad dat er iets moest gebeuren. De droom zou niet uit mogen komen: iedereen hield immers van Baldr.

Odin besloot geen moment te wachten en ging te paard op weg naar een voorspeller wier voorspellingen altijd uit kwamen. Er was echter één klein probleem: de zieneres was al gestorven. Daarom nam Odin een vermomming aan en kwam zo aan in het dodenrijk.
Er werd een groot feest voorbereid en Odin zocht de zieneres tussen de massa's mensen. Na haar eenmaal gevonden te hebben, vroeg hij haar naar de reden van dit feest.
"Weet je dan niet dat de eregast niemand minder dan Baldr is?" antwoordde ze hem. Ze ratelde daarna door over de reden van zijn dood om daarna tot haar schrik te bemerken dat de vreemde niemand minder dan Odin was.

Odin huilde en reed terug naar het paleis. Nu de waarzegster de droom als waar had bestempeld, wist hij zeker dat zijn zoon vermoord zou worden. In het paleis vertelde hij de andere goden alles. Iedereen was ontstemt, Baldr was door jan en alleman een graag geziene gast.
Frigg echter legde zich niet zomaar neer bij deze voorspelling. Ze liet alles en iedereen bij zich komen om hen een gelofte af te dwingen: zij zouden haar zoon geen kwaad doen. Alle mensen, dieren, vogels en vissen maakten deze gelofte. Ook stenen, takken, bloemen en planten zworen Baldr geen kwaad te doen. Zo werden Frigg en Odin toch wat gerust gesteld.

Dagen, weken en maanden gingen voorbij en de droom van Baldr werd al gauw vergeten. Sterker nog: nu Baldr nergens meer gewond door kon raken maakten de andere goden er al snel een nieuw spel van. Ze gooiden stenen, speren, pijlen en alles wat ze maar konden vinden zijn kant op, wetende dat het hem geen kwaad kon doen. En Baldr vond het allemaal wel best.

Loki, de onruststoker, is echter niet helemaal blij met de situatie. In een vermomming gaat hij naar Frigg en vraagt haar of ze het niet zielig voor Baldr vindt, nu hij door de andere goden gekleineerd lijkt te worden.
"Nee hoor," antwoord ze, "Hij vindt het zelf wel leuk en er is toch niets dat hem kan deren."
"Echt helemaal niets?" vraagt Loki dan.
"Nee, nou ja... Alleen de maretak heeft de belofte niet gedaan, maar wat kan de kleine maretak doen? Dat is het teken van liefde en vruchtbaarheid!"

Met deze kennis op zak ging Loki op pad. Hij zocht een maretak die hij in een pijl kon laten veranderen. Na een mooie pijl gemaakt te hebben met een flink scherpe punt, zocht hij iemand die zijn plan zou uitvoeren. Opeens ging er bij hem een lichtje branden, hij had zijn slachtoffer gevonden.

Op de plaats waar de goden ook deze dag Baldr aan het bekogelen waren had iedereen het naar zijn zin. Er was lol, drank en vermaak doordat Baldr helemaal nergens gewond door raakte. Zelfs de grootste stenen deden hem geen pijn. Ook Hodur, Baldrs' broer, was aanwezig. Hij deed minder mee met de pret, omdat hij blind was.
Opeens stond Loki - in vermomming uiteraard - naast hem en gaf hem een pijl en boog. Een mooie boog en een nog specialere pijl.
"He Hodur," zei hij, "zou je niet eens willen meedoen?"
"Natuurlijk wel," antwoordde hij, "maar ik kan niets zien. Straks raak ik de verkeerde!"
"Geen nood. Ik help je wel."

Zo hielp Loki Hodur met het spannen van de boog en liet hem mikken op zijn broer.
"Schiet maar als ik het zeg," zei hij terwijl hij zich uit de voeten maakte. "Nu!" riep hij.

"Baldurs Death" door C.W. Eckersberg (1817)
Bron: norse-mythology.org 

De pijl schoot door de lucht en raakte Baldr in zijn borst. Op het eerste gezicht lachte iedereen toen Baldr neerviel. Hij zou vast weer een mooi toneelstukje opvoeren. Maar toen hij na enkele tellen nog niet opstond, en er zelfs bloed zichtbaar was, schrok iedereen.

Frigg en Odin zijn diep bedroefd maar proberen toch een manier te vinden om Baldr in het Walhalla te krijgen. Nu hij namelijk niet op het slagveld, maar op een andere manier gestorven is, zal hij nooit naar de eeuwige jachtvelden kunnen. Daarom vragen ze Hermod of hij naar Hel wil gaan in de onderwereld en haar wil vragen of ze Baldr naar Walhalla wil sturen.

Daar aangekomen ziet Hermod Baldr naast Hel zitten. Hij blijft een nacht bij hen en vraagt tenslotte of Hel misschien Baldr naar Walhalla wil sturen.
"Alleen als iedereen op aarde, alle levende wezens, rouwen om zijn sterven zal ik hem daarheen zenden."
Hermod snelt terug naar Asgaard en geeft het bericht door aan de goden. Zij, op hun beurt, geven dit bericht door aan vele snelle boodschappers. De hele aarde is in rouw. Of...

Er is één reuzin die weigert te rouwen. Een vermomming van Loki, die daarmee dus weer iedereen dwars zit.

Een paar dagen later wordt Baldr volgens de traditie in een schip gelegd die de zee op wordt geduwd. Daar wordt deze in de brand gestoken. Nanna, de vrouw van Baldr, is zo bedroefd dat ze met hem mee is gegaan in de boot.

Dat is het einde van Baldr en zijn vrouw, Nanna.

dinsdag 15 september 2015

Māui en de Reusachtige Vis

Māui droomde al jaren van de dag dat zijn broers hem mee zouden nemen om te vissen. Elke dag, toen zij terug kwamen van de zee, hun kano's het land optrokken, de vangst van de dag meenamen en later de lijnen weer maakten, was Māui daarbij. Hij vroeg hen steeds of hij de volgende dag met hen mee zou mogen.
Zijn broers hadden daar weinig zin in en gaven elke dag weer andere smoesjes: "Nee, je bent nog veel te jong om mee te gaan." of "We hebben alle ruimte nodig in onze waka (kano) voor de vissen die we vangen."
Zijn oudste broer deed daar zelfs nog een schepje bovenop: "Jij bent zo klein en dun dat we je mogelijk aanzien als aas en dan gooien we je zomaar overboord als voer voor de vissen!" "Ik hoef echt maar een heel klein stukje om in de boot te zitten en ik zal verder jullie niet in de weg zitten! Dat beloof ik!" riep Māui wanhopig als antwoord. Maar zijn broers wilden hem alsnog niet mee hebben.

Māui werd daarna boos en zocht naar een manier om wraak te nemen. "Ik zal zelf wel gaan vissen en ik zal ze wel laten zien hoe goed ik kan vissen!"
In het geheim dacht hij na over een plan. Hij zou zijn broers laten zien dat ze het fout hadden. Dat hij echt wel een goede visser was. Die nacht, toen hij alleen was, begon hij een touw te weven. Hij had nog wat vlas liggen en maakte daar een sterke vislijn van. Terwijl hij daarmee bezig was murmelde hij in zichzelf een spreuk op om zijn lijn extra sterk te maken.
Toen hij de lijn af had, nam hij het kaakbeen - dat hij gekregen had van zijn oude voorvader Murirangawhenua - en bond deze vast aan zijn lijn. Daarna verstopte hij zich in de waka van zijn broers.

Een groep kinderen leert roeien op een waka
(Bron: Wikipedia)


Toen zijn broers die ochtend de kano optilden merkten ze dat er iets anders was. "De kano is een stuk zwaarder," zei de ene, "Weet je zeker dat jullie daar goed mee tillen?"
"Ik denk dat je teveel gegeten hebt!" lachte een ander.
"Doe niet zo moeilijk en doe gewoon je werk. Tillen!" zei de oudste broer.
Zo namen ze de waka mee naar het water, zonder te merken dat Māui in de boot verstopt zat. Ze vaarden langzaam weg en pas op het moment dat het anker werd neergelaten liet Māui zich pas zien. Op dat moment waren ze toch al veel te ver van het land verwijderd om nog terug te kunnen.

Zijn broers schrokken en waren erg verbaasd. "Wat doe jij hier?" Vroegen ze hem. "Je hebt ons laten schrikken,joh!" "Logisch dat we nog niets gevangen hebben," grapte een ander.
Toch waren zijn broers vooral boos. Māui had niet naar hen geluisterd. Toen nam Māui zelf het woord:

"Ik ben hier om te vissen, want Murirangawhenua zei dat ik een grote visser zou worden. Gooi jullie lijnen maar uit terwijl ik mijn karakia (bezwering) uitspreek en daarna zullen jullie meer vis vangen dan ooit tevoren!" Māui begon daarna zijn bezwering uit te spreken.

Zijn broers gooiden hun lijnen uit en vissen begonnen direct te bijten. Eén voor één hengelden ze de vissen binnen en de waka werd steeds voller met vis. De gezichten van de broers lichtten op: ze waren blij met hun vangst. "We zijn de beste vissers die er ooit geleefd hebben!" sloegen ze elkaar op de schouders.

"Nu is het mijn beurt om te vissen!" zei Māui opeens. De broers haalden hun hengels in en keken afwachtend naar hun jongste broer. Hij pakte zijn vislijn uit zijn tas en de broers begonnen te gniffelen. "Moet je dat eens zien! Je hebt mazzel als je alleen al een stukje zeewier vangt met die hengel!"
"Of misschien een stukje drijfhout om terug te gaan naar huis!" Zijn broers lachten maar door.

Māui luisterde niet naar zijn broers, maar sprak een bezwering en stond klaar om te vissen. "Mag ik misschien een beetje aas?" vroeg hij, maar zijn broers lachten te hard om hem te kunnen horen. Uit boosheid sloeg hij zichzelf op zijn neus, die spontaan begon te bloeden. Daardoor kreeg Māui een idee. Hij pakte zijn haak en liet het bloed er rijkelijk overheen stromen.
Daarna stond hij op, wierp zijn lijn uit en liet de haak dieper dan ooit zakken, tot in het rijk van Tangaroa, waar hij direct merkte dat hij beet had.

Zijn lijn stond direct helemaal strak en zijn broers stopten direct met lachen. Sterker nog, ze bukten om de rand van de kano vast te houden aangezien de kano sneller en sneller vooruit begon te varen.
"Knip de lijn door!" riep één van zijn broers, de angst duidelijk hoorbaar in zijn stem.
"We zullen verdrinken!" riep een ander. "Māui, alsjeblieft: knip de lijn door!"

Maar Māui hield vol en langzaam, beetje voor beetje, werd de gigantische vis naar het oppervlak getrokken. De broers beefden van angst toen de grote vis boven hun kano uit torende.
"Dit is de vis die onze grootmoeder, Murirangawhenua, aan ons beloofd heeft," zei Māui, "Bewaak onze vangst en dan ben ik zo terug met onze mensen."

De broers beloofden om te blijven terwijl Māui terug naar de kust ging. De broers begonnen echter al snel delen van de gigantische vis voor zichzelf te claimen door er stukken van af te snijden.

Toen Māui terugkwam waren de mensen overdonderd om zo'n grote vis te zien. "Jij bent duidelijk de beste visser die er ooit is geweest!" zeiden ze tegen hem.
Terwijl ze steeds dichterbij kwamen zagen ze ook dat de broers nog steeds aan het bekvechten waren over welke delen van de vis hen hen waren. Ook de mensen zagen hen voor de hebberige broers die ze waren. Ze waren zelfs zo hebberig dat ze heuvels, bergen en dalen uit de vis hadden gesneden om voor zichzelf te houden.

Honderden jaren later werden deze heuvels, bergen en dalen bewoond door allerlei soorten dieren, planten en bomen. Het werd onderdeel van Aotearoa (Nieuw Zeeland) zoals we het nu kennen. Vogels, vissen, landdieren en mensen leefden op het land dat ooit de gigantische vis, want nu het noordereiland heet. Het zuidereiland is de kano waarmee Māui deze vis gevangen heeft.

En dat is het verhaal over hoe Māui de gigantische vis heeft gevangen.